‘Willem van Oranje deed het niet voor Nederland, maar voor zichzelf’

Historici Aron Brouwer (links) en Marthijn Wouters. (foto: Juliette Sentis)

Wij kennen Willem van Oranje als de idealist die Nederland bevrijdde van de Spaanse overheersing en als een voorvechter van religieuze tolerantie. Fabeltjes, zeggen twee jonge biografen. ‘Hij deed het uit eigenbelang.’

Het zijn nog maar studenten geschiedenis (zie onderaan dit artikel de kritiek van hun vakgenoten), maar hun debuut is nu al in herdruk. Voor de biografie Willem van Oranje. De opportunistische Vader des Vaderlands bestudeerden Aron Brouwer (25) en Marthijn Wouters (23) zo’n 13.000 brieven van en aan Willem van Oranje (1533–1584), waaruit een weinig rooskleurig beeld rijst van een man die protestanten liet executeren, verkrachtingen toestond en zich pas verzette tegen de koning van Spanje toen hij echt niet anders kon. In gesprek met Aron Brouwer.

Jullie boek zet Willem van Oranje neer als een opportunistisch machtspoliticus. Waren historici daarvan nog niet op de hoogte?
De laatste Nederlandse biografie van Willem van Oranje dateert uit de jaren tachtig. In de wetenschappelijke wereld is de kijk op hem af en toe genuanceerd, maar alleen in studies naar specifieke onderwerpen, nog niet in een overkoepelend werk. Wij zetten ons vooral af tegen het beeld van Willem van Oranje zoals dat in het publieke domein bestaat. Ik las dat regisseur Pim van Hoeve plannen heeft om komend najaar een film over hem in de bioscopen te krijgen. Barry Atsma speelt Oranje daarin als een volksheld, als een man die voor zijn principes is gestorven. Godverdomme, dacht ik, dat wordt weer zo’n eenzijdig, bombastisch verhaal.

Jullie betogen dat Willem van Oranje een edelman was ‘die zijn vorsten, vrouwen en vrienden verraadde’. Hoe zit dat?
Willem van Oranje als verrader is nogal hard geformuleerd. Wat wij zeggen, is dat hij vanuit eigenbelang handelde. Ook toen hij zich in 1568 vanuit het slot Dillenburg ging verzetten tegen zijn koning, de Spaanse Filips II [en de Nederlandse Opstand of Tachtigjarige Oorlog officieel begon, red.]. Van Oranje had op dat moment niks meer. Filips had zijn bezittingen in de Nederlanden in beslag genomen. Dillenburg was van zijn broer Jan. Het prinsdom Orange in Frankrijk werd in 1569 van hem afgepakt. Hij was ook niet de eerste die overging tot gewelddadig verzet tegen Filips: dat had Hendrik van Brederode bijvoorbeeld al gedaan. Maar die had gefaald. Oranje was in zijn eentje overgebleven. Hij moest wel.

Willem van Oranje staat bij ons bekend als voorvechter van religieuze tolerantie, maar in zijn prinsdom Orange vervolgde hij zelf protestanten. Hoe rijmde hij dat met elkaar?
In de Nederlanden hoorde hij aanvankelijk bij de vorsten, de katholieke Habsburgers: Karel V, later diens zoon Filips II. Die waren tegen de protestanten, de ketters. Hoewel in Frankrijk een religievrede bestond en protestanten er niet langer geëxecuteerd mochten worden, zei Oranje in Orange: ho ho, ik ben hier de baas en ik laat ketters nog wél ter dood veroordelen. Wat vervolgens bleek, was hoe contraproductief die aanpak was. De inwoners gingen zich bekeren tot het protestantisme. Zelfs Parpaille, de voorzitter van het plaatselijke parlement, deed dat, en werd een rebellenleider. Uiteindelijk hebben ze Oranje eruit gegooid. Het was een calvinistische opstand avant la lettre. Als buitenlandse, vreemde vorst is hij afgezet. Dit gebeurde in de periode voor 1564. Dat is het jaar waarin hij in de Nederlanden begon te pleiten voor godsdienstvrijheid. Wij denken dan ook dat hij de in Orange geleerde lessen hier wilde toepassen, door Filips II in de rol van buitenlands despoot te drukken. Hij wilde de Parpaille van de Nederlanden worden.

Daarbij schuwde hij grof geweld bepaald niet. Gaf hij in Brabant daadwerkelijk opdracht voor het onder water zetten van land en verkrachtingen?
Omdat hij Den Bosch wilde veroveren, heeft hij het nabijgelegen Rosmalen en omgeving meermalen blank gezet. Daarmee gebruikte hij die tactiek dus offensief, en niet defensief – een belangrijk verschil. Filips II heeft nooit willen overgaan tot dergelijke onderwaterzettingen, want hij vond dat ze teveel leed veroorzaakten. Wat de verkrachtingen betreft: Willem van Oranje heeft in de periode 1581–1584 jaarlijks bevel gegeven tot grootschalige verwoestingscampagnes langs het Brabantse front. Daarbij was alles toegestaan, zowel plunderen en gijzelen als verkrachten. Hij bestrafte zijn soldaten er niet voor. Historicus Leo Adriaenssen noemt dit zelfs genocidaal. Zover willen wij niet gaan. Overigens, pikant detail: degene die leiding gaf aan die campagnes was Maurits, Willems zoon en opvolger.

Is ons beeld van Willem van Oranje als bevrijder en als leider van de Nederlandse Opstand nog wel houdbaar?
Hij was iemand die enorme invloed heeft gehad op het ontstaan van de Nederlandse staat, maar hij was geen bevrijder. Ook als volksverenigende held heeft hij wat ons betreft zijn geloofwaardigheid verloren. Maar opportunisme heeft ook iets moois. In zijn strijd tegen Filips raakte hij aan de winnende hand. Hij heeft op een unieke manier een heel klein gebiedje staande weten te houden tegenover een grootmacht. Hij heeft vele mensen diplomatiek weten uit te spelen. Alleen: dat deed hij niet voor ons, maar voor zichzelf. Hij was iemand met goede en slechte eigenschappen. Waarom zouden we dat verhaal niet vertellen? Waarom een film waarin Willem van Oranje als volksheld wordt neergezet? Hij was juist een complex persoon, en dat spreekt de mensen tegenwoordig veel meer aan, denken wij.

Jullie houden je al een aantal jaren bezig met dit onderwerp. Als eindexamenleerlingen van het Murmelliusgymnasium in Alkmaar schreven jullie in 2010 een profielwerkstuk hierover, waarvoor jullie een jaar later de landelijke Onderwijsprijs kregen van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW). Hoe kwamen jullie destijds op het thema?
We hadden vijftig onderwerpen bedacht, waarvan onze leraar geschiedenis Peter Hoek er vijf uitkoos. Dit ene kwam bovendrijven. We kenden het werk van Leo Adriaenssen en dachten: die stelling over genocidale praktijken in Brabant is wat al te straf, maar laten we naar aanleiding daarvan onderzoeken wat nou die vuile handen van Willem van Oranje waren. Het werkstuk is eigenlijk een opsomming van negatieve zaken. In ons huidige boek noemen we ook de positieve dingen.

Jullie zijn studenten. Wat hebben jullie gedaan om het onderzoek wetenschappelijk deugdelijk te maken?
Met Geert Janssen van de Universiteit van Amsterdam heb ik een aantal gesprekken gevoerd. De hoofdstukken zijn gelezen door zijn collega Femke Deen en een historica van het Historisch Nieuwsblad. Dat betekent overigens niet dat ze ons onderzoek hebben nagelopen, want dat zou onmogelijk zijn geweest: het gaat om 13.000 brieven. Van ons profielwerkstuk hebben we niks gebruikt, behalve een gedeelte over een schenking van Willem van Oranje aan de Latijnse school van Alkmaar, de voorloper van onze school. Hij gaf het bestuur toestemming om een katholieke kerk te plunderen, en de opbrengst mocht de school zelf houden. Dat voelde wel apart voor ons, want mede daardoor hebben wij daar onderwijs kunnen volgen.

Het boek Willem van Oranje. De opportunistische Vader des Vaderlands ligt nu in de winkel. Het boek heeft ook een uitgebreid blog.

Lees hier de kritiek op het boek die de Leidse historicus Geerten Waling onlangs leverde in de Volkskrant.  Hier de kritiek van René van Stipriaan in NRC Handelsblad, met hier het weerwoord van de auteurs, en hier de nog stevigere reactie daarop van Van Stipriaan.

Een reactie achterlaten

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.