De vertalers: James Salter op het Groningse platteland

Adorp, Arie Zuidersma (1925–2014)

Ton Heuvelmans vertaalde De jagers, de debuutroman van James Salter. Subtiel laat hij het Groningse platteland doorklinken in het Korea van de jaren vijftig. ‘Zo’n zon vind je terug op schilderijen van De Ploeg.’

De tijd dat hij fulltime Engels doceerde in Haren, een klein half uur rijden van huis, ligt ver achter hem. Tegenwoordig reserveert Ton Heuvelmans (72) alleen de ochtend nog voor werk. Als vertaler doet hij doorgaans drie bladzijden per dag – tenzij het een thriller is, dan haalt hij er wel zes. In het Groningse dorpje waar hij woont heeft Heuvelmans zich de afgelopen maanden over James Salters debuutroman The hunters gebogen, uit 1956. Als De jagers verschijnt het deze maand bij uitgeverij De Bezige Bij voor het eerst in het Nederlands.

De thematiek uit het boek kon niet verder verwijderd zijn van Heuvelmans’ dagelijkse leven. Salter liet zich inspireren door zijn ervaringen als gevechtspiloot tijdens de Koreaanse Oorlog (1950–1953). Als twintigerVerder lezen →

Italiaanse kanshebber Songfestival brengt pessimistisch nummer

Francesco Gabbani (rechts) en zijn aap

Grote kans op winst van het Eurovisie Songfestival maakt dit jaar Italië. ‘Occidentali’s karma’ van Francesco Gabbani wordt gekenmerkt door jolige tonen en een dansende aap. ‘De inhoud is echter allesbehalve vrolijk,’ concludeert de Italiaanse taalkundige Gandolfo Cascio na een tekstanalyse.

Wekenlang voerde Gabbani de ranglijsten aan van de bookmakers, waar hij pas gisteren aan het stuivertje wisselen is geslagen met de Portugese vertegenwoordiger Salvador Sobral. Nog steeds maakt hij grote kans vanavond de finale van het Eurovisie Songfestival 2017 te winnen. In de nationale finale scoorde hij met een danser in apenpak, goed getimede koren (‘alé!’) en een guitige blik boven een scherp getrimde snor. Maar waar gáát het eigenlijk over? Wij legden de songtekst van zijn lied voor aan Gandolfo Cascio, docent Italiaanse literatuur aan de universiteit van Utrecht. Diens conclusie: ‘Het is een heel pessimistisch nummer. Maar op een leuke, post-postmoderne manier.’ Verder lezen →

Niemand heet Pinoccio

Voorgevel restaurant en pizzeria Pinoccio in NijmegenWe zijn er gek op, maar we kunnen er niet zo goed mee omgaan: de Italiaanse keuken. Of liever, de spelling ervan.

Hoe vaak zie je op een menukaart niet ‘capuccino’ of ‘cappucino’ staan, in plaats van cappuccino? En wat moet dat met die ‘pomodori-tomaten’ – letterlijk: ‘tomaten-tomaten’? Ja, horeca-Italiaans is een schitterend iets. Het is zo omvangrijk, dat ik er zeker nog eens een artikel aan ga wijden. (Voorbeelden? Mail me!) Bij wijze van amuse bied ik alvast Verder lezen →

The Common Linnets: dat mag je gewoon kuntrie noemen

Gewoon kuntrie: The Common Linnets, met uiterst links JB Meijers en Ilse DeLange

Eind vorig jaar stelde ik de vraag of we tegenwoordig neerkijken op de ‘Nederlandse’ uitspraak van bepaalde Engelse woorden. Wat blijkt? Aan de universiteit van Utrecht wordt momenteel onderzoek gedaan naar precies dat onderwerp.

Is onze kennis van het Engels de afgelopen decennia zozeer vooruitgegaan, dat we een ooit acceptabele uitspraak nu niet meer goedkeuren, zo luidde mijn vraag. Ik noemde ‘kuntrie’ van Matthijs van Nieuwkerk versus country, en deed een oproep om meer voorbeelden. Nou, die stroomden binnen. ‘Kornètbief’ (cornedbeef), ‘Lukie Luuk’ (Lucky Luke), ‘kuvver’ (cover), ‘Joe Jork’ (New York), ‘swieter’ (sweater), en ga zo maar door. Ik beloofde om op zoek te gaan naar een specialist die me meer zou kunnen vertellen over dit thema, en aangezien ik een man van mijn woord ben, belde ik Rias van den Doel op. Van den Doel is docent Engelse taal en cultuur aan de universiteit van Utrecht. Wat nou toevallig is: hij werkt aan een wetenschappelijk onderzoek over de uitspraak van het Engels door Nederlanders (online deelnemen kan hier). Dé man dus aan wie ik de stelling van dit blog kan voorleggen. Nou, zijn we dan slimmer dan vroeger op het gebied van de Engelse taal en vinden we daarom sommige uitspraakvarianten verouderd en achterlijk? Verder lezen →

Bob Dylan villen

Bob Dylan in Bristol, 1966 (copyright Barry Feinstein)

Nu Bob Dylan de Nobelprijs voor Literatuur ook echt heeft opgehaald, laten we zijn taal eens fileren door een zanger, een literair vertaler en een taalkundige. Wat is het Engels van Dylan? ‘Dit is vernieuwende metaforiek.’

Er zal wat nageschamperd zijn, toen Bob Dylan op 1 april jongstleden eindelijk zijn Nobelprijs voor Literatuur in ontvangst nam. De Amerikaanse zanger moest toch optreden in Stockholm, dus kon hij net zo goed even bij het Nobelcomité langswippen. Eind vorig jaar kwam de datum van de officiële uitreiking hem slecht uit en vaardigde hij collega Patti Smith af naar Europa. Het was de periode waarin Verder lezen →

WeetNieT: Wat betekent ploot?

Een WeetNieT is een onbekend woord uit het Woordenboek der Nederlandse Taal (WNT), het grootste lexicon ter wereld. Wat betekent het?

PLOOT (znw. vr.)
a. Schapenvel (of ander dierenvel) waarvan de wol (of de haren) door een bewerking die ‘ploten’ heet is verwijderd.

‘Waarom of dat ik ween? Och herdertje, die plooten doen mij denken aan de bakkes van mijn bloedjes van kind’ren.’ 

b. Nu eens ongunstige, dan weer schertsende benaming voor een man of kind: vergelijkbaar met schurk, schelm, guit.
‘Mij een 49 inch-Salora-televisie verkopen als een Full HD-Samsung UE49K5600-smart tv met quadcoreprocessor? Jij ploot!’

Verder lezen →

Live: De Tachtigjarige Oorlog in tachtig delen

Binnenkort in het theater: de opvoering van mijn luchtige geschiedenisserie De Tachtigjarige Oorlog in tachtig delen. Nou ja, één keer. Vrijdag.

De organisatie van het Utrecht International Comedy Festival (UICF) richt morgen een Literair Café in en nodigde stand-up comedian Patrick Meijer en mijzelf uit om voor te dragen uit eigen werk. Ik zal een ingekorte versie voorlezen van de vier hoofdstukken uit mijn serie over de Nederlandse Opstand (1568–1648). Daarna brengt Patrick integraal zijn nieuwe kinderboek voor volwassenen ten gehore.
Kom ook naar TivoliVredenburg! Lees meer op de site.

‘De graptaal van thuis leek op het Afrikaans uit de boeken’

Adriaan van Dis in de VPRO-serie Van Dis in Afrika (2010)

In de hoogtijdagen van de Apartheid ontdekt de jonge Adriaan van Dis, student Nederlands, op de plee een gedicht van de Zuid-Afrikaanse dichter Breyten Breytenbach. Het Afrikaans treft hem recht in het hart. Een fragment uit Van Dis’ onlangs gepubliceerde essay De vergiftigde prins.

‘Het Afrikaans van Breytenbach herinnerde me ook aan de taal van onze urenlange zondagse rijsttafels, aan het Nederlands van de Indo (In Nederland Door Omstandigheden) en in het bijzonder aan het Petjoh uit de boekjes van Tjalie Robinson: Je lâh je kripoet (kraaienpoot), Je lâh je rot. Een mengeldialect van Pasar Maleis en Nederlands, een taal met een kroepoekrandje, vol verbasteringen, waarin vooral mijn vader excelleerde. Petjoh was de graptaal waarmee de inlander werd geïmiteerd. Veel klemtóón op de motór. Malle rijmpjes: Er was eens een man in Oslo, die heel ver kon lopen. En verbasterde Sinterklaasliedjes: ‘Zie ginds komt die kapal uit Spanje hij al!’ Kapal was boot, ja. Veel begreep ik er niet van, behalve de laatste zin: ‘Wie zoet is krijgt lekkers, wie stout is adoe!’

Verder lezen →

De taal van… Adriaan van Dis

Wéér een nieuwe rubriek op deze pagina’s: in De taal van… vertelt een bekende Nederlander over zijn of haar band met een vreemde taal. Het Afrikaans, in dit geval. Immers, dankzij die kleurrijke dochter van het Nederlands besloot Adriaan van Dis om schrijver te worden.

Het waren de jaren 1960. Adriaan van Dis zat op de plee en las een gedicht dat zijn leven zou veranderen. My vrou se naam is Yolande heette het, van de Zuid-Afrikaan Breyten Breytenbach, die erin de liefde voor zijn vrouw bezong. ‘Haar hare is swart/ haar oë mispelbruin/ haar neusie is plat/ en haar mond ’n rooiborsie/ gestol in die vlug.’ Wat een taal, dacht de student Nederlands verrukt. Van Dis beschrijft het moment (inclusief het woord plee) in zijn essay De vergiftigde prins, voor het eerst gepubliceerd in de onlangs verschenen bundel De Zuid-Afrika-boeken. ‘Dit was een overspelig Nederlands, lenig en krachtig, een kleurtaal aan Calvijn en klei ontstegen.’

Verder lezen →

Een leuk lied, ‘Que sera sera’, maar het betekent helaas niets

Doris Day zingt aan de piano
Doris Day als Josephine McKenna in The Man Who Knew Too Much (1956)

‘Que sera, sera’: Doris Day zingt die Spaans klinkende woorden in de filmklassieker The Man Who Knew Too Much, wanhopig wensend dat haar ontvoerde zoon haar hoort. Jammer alleen dat de hartenkreet niets betekent – in geen enkele taal.

Het is de climax van de Alfred Hitchcock-klassieker uit 1956. In een buitenlandse ambassade zit Doris Day aan de piano en zingt, waarbij ze extra nadruk legt op drie woorden uit het refrein: ‘Que sera, sera’. Dit lied zong ze vaak voor haar verdwenen zoon Hank. Ze vermoedt dat hij in het ambassadegebouw wordt vastgehouden, en misschien komt hij wel naar haar toe als hij haar hoort zingen. Day spreekt de woorden uit met een tongpunt-r, wellicht om het Spaanse karakter ervan te benadrukken. Maar Spaans is de zin niet. Noch Italiaans of Frans. ¡Por Dios!, waar zaten die liedjesschrijvers aan te denken?

Verder lezen →