The Common Linnets: dat mag je gewoon kuntrie noemen

Gewoon kuntrie: The Common Linnets, met uiterst links JB Meijers en Ilse DeLange

Eind vorig jaar stelde ik de vraag of we tegenwoordig neerkijken op de ‘Nederlandse’ uitspraak van bepaalde Engelse woorden. Wat blijkt? Aan de universiteit van Utrecht wordt momenteel onderzoek gedaan naar precies dat onderwerp.

Is onze kennis van het Engels de afgelopen decennia zozeer vooruitgegaan, dat we een ooit acceptabele uitspraak nu niet meer goedkeuren, zo luidde mijn vraag. Ik noemde ‘kuntrie’ van Matthijs van Nieuwkerk versus country, en deed een oproep om meer voorbeelden. Nou, die stroomden binnen. ‘Kornètbief’ (cornedbeef), ‘Lukie Luuk’ (Lucky Luke), ‘kuvver’ (cover), ‘Joe Jork’ (New York), ‘swieter’ (sweater), en ga zo maar door. Ik beloofde om op zoek te gaan naar een specialist die me meer zou kunnen vertellen over dit thema, en aangezien ik een man van mijn woord ben, belde ik Rias van den Doel op. Van den Doel is docent Engelse taal en cultuur aan de universiteit van Utrecht. Wat nou toevallig is: hij werkt aan een wetenschappelijk onderzoek over de uitspraak van het Engels door Nederlanders (online deelnemen kan hier). Dé man dus aan wie ik de stelling van dit blog kan voorleggen. Nou, zijn we dan slimmer dan vroeger op het gebied van de Engelse taal en vinden we daarom sommige uitspraakvarianten verouderd en achterlijk? Verder lezen →

Bob Dylan villen

Bob Dylan in Bristol, 1966 (copyright Barry Feinstein)

Nu Bob Dylan de Nobelprijs voor Literatuur ook echt heeft opgehaald, laten we zijn taal eens fileren door een zanger, een literair vertaler en een taalkundige. Wat is het Engels van Dylan? ‘Dit is vernieuwende metaforiek.’

Er zal wat nageschamperd zijn, toen Bob Dylan op 1 april jongstleden eindelijk zijn Nobelprijs voor Literatuur in ontvangst nam. De Amerikaanse zanger moest toch optreden in Stockholm, dus kon hij net zo goed even bij het Nobelcomité langswippen. Eind vorig jaar kwam de datum van de officiële uitreiking hem slecht uit en vaardigde hij collega Patti Smith af naar Europa. Het was de periode waarin Verder lezen →

WeetNieT: Wat betekent ploot?

Een WeetNieT is een onbekend woord uit het Woordenboek der Nederlandse Taal (WNT), het grootste lexicon ter wereld. Wat betekent het?

PLOOT (znw. vr.)
a. Schapenvel (of ander dierenvel) waarvan de wol (of de haren) door een bewerking die ‘ploten’ heet is verwijderd.

‘Waarom of dat ik ween? Och herdertje, die plooten doen mij denken aan de bakkes van mijn bloedjes van kind’ren.’ 

b. Nu eens ongunstige, dan weer schertsende benaming voor een man of kind: vergelijkbaar met schurk, schelm, guit.
‘Mij een 49 inch-Salora-televisie verkopen als een Full HD-Samsung UE49K5600-smart tv met quadcoreprocessor? Jij ploot!’

Verder lezen →

Live: De Tachtigjarige Oorlog in tachtig delen

Binnenkort in het theater: de opvoering van mijn luchtige geschiedenisserie De Tachtigjarige Oorlog in tachtig delen. Nou ja, één keer. Vrijdag.

De organisatie van het Utrecht International Comedy Festival (UICF) richt morgen een Literair Café in en nodigde stand-up comedian Patrick Meijer en mijzelf uit om voor te dragen uit eigen werk. Ik zal een ingekorte versie voorlezen van de vier hoofdstukken uit mijn serie over de Nederlandse Opstand (1568–1648). Daarna brengt Patrick integraal zijn nieuwe kinderboek voor volwassenen ten gehore.
Kom ook naar TivoliVredenburg! Lees meer op de site.

‘De graptaal van thuis leek op het Afrikaans uit de boeken’

Adriaan van Dis in de VPRO-serie Van Dis in Afrika (2010)

In de hoogtijdagen van de Apartheid ontdekt de jonge Adriaan van Dis, student Nederlands, op de plee een gedicht van de Zuid-Afrikaanse dichter Breyten Breytenbach. Het Afrikaans treft hem recht in het hart. Een fragment uit Van Dis’ onlangs gepubliceerde essay De vergiftigde prins.

‘Het Afrikaans van Breytenbach herinnerde me ook aan de taal van onze urenlange zondagse rijsttafels, aan het Nederlands van de Indo (In Nederland Door Omstandigheden) en in het bijzonder aan het Petjoh uit de boekjes van Tjalie Robinson: Je lâh je kripoet (kraaienpoot), Je lâh je rot. Een mengeldialect van Pasar Maleis en Nederlands, een taal met een kroepoekrandje, vol verbasteringen, waarin vooral mijn vader excelleerde. Petjoh was de graptaal waarmee de inlander werd geïmiteerd. Veel klemtóón op de motór. Malle rijmpjes: Er was eens een man in Oslo, die heel ver kon lopen. En verbasterde Sinterklaasliedjes: ‘Zie ginds komt die kapal uit Spanje hij al!’ Kapal was boot, ja. Veel begreep ik er niet van, behalve de laatste zin: ‘Wie zoet is krijgt lekkers, wie stout is adoe!’

Verder lezen →

De taal van… Adriaan van Dis

Wéér een nieuwe rubriek op deze pagina’s: in De taal van… vertelt een bekende Nederlander over zijn of haar band met een vreemde taal. Het Afrikaans, in dit geval. Immers, dankzij die kleurrijke dochter van het Nederlands besloot Adriaan van Dis om schrijver te worden.

Het waren de jaren 1960. Adriaan van Dis zat op de plee en las een gedicht dat zijn leven zou veranderen. My vrou se naam is Yolande heette het, van de Zuid-Afrikaan Breyten Breytenbach, die erin de liefde voor zijn vrouw bezong. ‘Haar hare is swart/ haar oë mispelbruin/ haar neusie is plat/ en haar mond ’n rooiborsie/ gestol in die vlug.’ Wat een taal, dacht de student Nederlands verrukt. Van Dis beschrijft het moment (inclusief het woord plee) in zijn essay De vergiftigde prins, voor het eerst gepubliceerd in de onlangs verschenen bundel De Zuid-Afrika-boeken. ‘Dit was een overspelig Nederlands, lenig en krachtig, een kleurtaal aan Calvijn en klei ontstegen.’

Verder lezen →

Een leuk lied, ‘Que sera sera’, maar het betekent helaas niets

Doris Day zingt aan de piano
Doris Day als Josephine McKenna in The Man Who Knew Too Much (1956)

‘Que sera, sera’: Doris Day zingt die Spaans klinkende woorden in de filmklassieker The Man Who Knew Too Much, wanhopig wensend dat haar ontvoerde zoon haar hoort. Jammer alleen dat de hartenkreet niets betekent – in geen enkele taal.

Het is de climax van de Alfred Hitchcock-klassieker uit 1956. In een buitenlandse ambassade zit Doris Day aan de piano en zingt, waarbij ze extra nadruk legt op drie woorden uit het refrein: ‘Que sera, sera’. Dit lied zong ze vaak voor haar verdwenen zoon Hank. Ze vermoedt dat hij in het ambassadegebouw wordt vastgehouden, en misschien komt hij wel naar haar toe als hij haar hoort zingen. Day spreekt de woorden uit met een tongpunt-r, wellicht om het Spaanse karakter ervan te benadrukken. Maar Spaans is de zin niet. Noch Italiaans of Frans. ¡Por Dios!, waar zaten die liedjesschrijvers aan te denken?

Verder lezen →

De vertalers: Anna Karenina, of de nogal bonkige zinnen van Tolstoj

Onbekende vrouw in koets
Portret van een onbekende vrouw (1883), Ivan Kramskoj. De afgebeelde dame wordt vaak geassocieerd met Anna Karenina.

Een nieuwe rubriek op deze pagina’s: De vertalers. Deze eerste aflevering draait om de zojuist verschenen uitgave van Anna Karenina. Vertaler Hans Boland spit de eerste bladzijde met ons door. ‘Ik neem heel veel vrijheid in het Nederlands, maar geen enkele in het Russisch.’

De reden lijkt voor de hand te liggen: Hans Boland (Jakarta, 1951) kon zo’n soepele, moderne vertaling van Anna Karenina in elkaar draaien omdat het tropische Indonesië waar hij woont in alle opzichten mijlenver verwijderd is van het negentiende-eeuwse Rusland waarin Leo Tolstoj zijn romanklassieker situeerde. Maar dat is te simpel gedacht. Ja, als Boland op een zin moest kauwen, dan liep hij op zijn blote voeten de tuin in Yogyakarta in, waar veelkleurige planten en orchideeën het beeld bepalen. Altijd echter keerde hij terug met een trits woorden die het Russische origineel vrij precies weet te vangen. Afgelopen januari verscheen bij uitgeverij Athenaeum zijn fonkelnieuwe vertaling, duizend bladzijdes dik.

Op ons verzoek om een specifieke passage kiest Boland de eerste pagina om te bespreken. Daar glijden we Verder lezen →

1570: Waarin Willem van Oranje de hulp inschakelt van dronken criminelen

boten Emden
Gezicht op Emden. Gaspar Bouttats, naar Jan Peeters, 1679 (Rijksmuseum, uitsnede)

Terwijl de hertog van Alva zijn hervormingen doorzet, ziet Willem van Oranje geen andere oplossing dan zijn toevlucht te nemen tot radicale extremisten. Inderdaad: de geuzen.

Geen mañana, mañana…
In drie jaar tijd had de hertog van Alva de zoon van Willem van Oranje opgepakt, de graven van Egmond en Horn laten onthoofden en een speciale rechtbank ingesteld die de Bloedraad werd genoemd en die duizenden ketters aan het veroordelen was. Ook had hij recent een belastingherziening geëist, waarvan de Tiende Penning, een soort btw, geweldig veel weerstand opriep. Je kunt je voorstellen dat zijn politiek adviseurs het tijd vonden voor een rustmomentje.
‘Hertog, de inwoners van de Nederlanden hebben afleiding nodig. Laten we beginnen met degelijk voedsel, want ze bijten hier nog steeds koude haringen de kop af. Als we nu eens Spaanse koks laten overkomen?’
‘En dan? In elke stad een tapasbar? Gaat niet gebeuren.’
Verder lezen →