De vertalers: Laurent Binet schrijft een boek nooit in zijn eentje

Laurent Binet (foto: J.F. Paga)

Laurent Binet citeert erop los. Ook in zijn nieuwe roman Beschavingen haalt de Franse schrijver veelvuldig collega’s aan – zelfs in hun eigen stijl. Zijn vertaalster Liesbeth van Nes vindt het enig. ‘Hij kiest een bestaande zin, neemt die bijna letterlijk over, en plakt hem vervolgens in zijn boek. Dan zit hij zich te verkneukelen.’

Laurent Binet brak internationaal door met de bestseller HhhH (2010). In Frankrijk won hij er de Prix Goncourt voor debutanten voor. Ook later werk viel in de prijzen, zoals De zevende functie van taal in 2015 (Prix du roman FNAC, Prix Interallié) en Beschavingen in 2019 (Grand Prix du roman de l’Académie française). Civilizations is de oorspronkelijke titel van die laatste roman, die begin deze maand in het Nederlands verscheen. Liesbeth van Nes (1954) heeft ze allemaal vertaald. ‘Dat is prettig, want je leert zo’n man kennen. Ik weet haarfijn wanneer Binet ironie toepast, wanneer hij met een grijns zit te schrijven, waar hij heen wil.’ En wanneer hij een ander citeert, want het aanhalen van collega-auteurs is typisch voor Binet. ‘Hij doet niet anders. Hij kent zijn klassieken en vindt het geweldig om ermee te spelen. Intertekstualiteit, heet dat.’ Van Nes voegt toe: ‘Ik vind het zelf ook leuk.’

Verder lezen →

Dit is de ‘killer language’ van Afrika: Swahili (2). Bia’tje drinken?

De Darajani-markt in Stone Town, het historische centrum van Zanzibar-Stad. Mchele is Swahili voor rijst.
(Foto: Koen Bostoen.)

Hoe de Oost-Afrikaanse taal Swahili uitgroeide tot een springlevende lingua franca legde Koen Bostoen vorige keer al uit. Nu struint de taalkundige van de universiteit van Gent door grammatica en woordenschat. Waar kun je een bia’tje drinken in een eropleni?  

Wat voor soort taal is het Swahili?
‘Swahili is een zogeheten agglutinerende taal, net als de meeste Bantoetalen, de taalfamilie waartoe het behoort. Dat betekent dat woorden vaak zijn opgebouwd uit woorddelen, met elk een eigen betekenis. ‘Gebonden morfemen’ noemen taalkundigen die. Europese talen gebruiken eerder losse woorden om hetzelfde te zeggen. Daardoor kent het Swahili bijvoorbeeld relatief lange werkwoorden. Ter illustratie: ‘Hij is aan het slapen’ bestaat in het Nederlands uit vijf woorden. In het Swahili zeg je: analala. Die eerste a geeft ‘hij’ of ‘zij’ aan, de derde persoon enkelvoud. Na staat voor de tegenwoordige tijd progressief, die een handeling aangeeft die aan de gang is. Lal is de kern van het werkwoord ‘slapen’. De a achteraan is een standaarduitgang. In de verleden tijd vervang je na door li: alilala, ‘hij sliep’. Ta staat voor de toekomende tijd. ‘Hij zal slapen’: atalala. Maak je er meervoud van – ‘zij zijn aan het slapen’ – dan zeg je in het Swahili: wanalala. Verleden tijd: walilala. Toekomende tijd: watalala. Maak je er een negatieve zin van – ‘hij slaapt niet’ – dan verandert analala in halali. De ha- aan het begin en de -i op het einde zorgen voor de ontkenning.’

Verder lezen →

Dit is de ‘killer language’ van Afrika: Swahili (1)

De haven van Zanzibar-Stad, de hoofdstad van het eiland Zanzibar, onderdeel van Tanzania

Op Zanzibar, een eiland voor de kust van Tanzania, wordt Swahili gesproken. Ach wat zielig, een Afrikaans taaltje dat wordt weggedrukt door Engels of Frans? Niets daarvan. Koen Bostoen, professor Afrikaanse taalkunde en Swahili aan de universiteit van Gent: ‘Swahili is een killer language.’

Waar moeten we Swahili van kennen?
‘Swahili is een van de belangrijkste talen van Afrika. Het is ook een van de grootste – naast Arabisch, dat vooral in noordelijk Afrika gesproken wordt, en Hausa in West-Afrika. Ongetwijfeld is het de grootste Bantoetaal, wat sprekers betreft en verspreidingsgebied. Ook vermoed ik dat Swahili wereldwijd de meest onderwezen Afrikaanse taal is aan universiteiten, en zeker in Europa, zoals in Leiden, of bij ons in Gent. Áls er een Afrikaanse taal gedoceerd wordt, dan meestal Swahili.’

Met het Swahili is iets bijzonders aan de hand. De taal kent 100 à 150 miljoen sprekers, maar slechts 5 miljoen daarvan zijn moedertaalsprekers. Hoe kan dat?
‘Het is niet zo gemakkelijk om die twee soorten sprekers van elkaar te onderscheiden. Vandaag de dag leren steeds meer kinderen Swahili als eerste taal, ook in gebieden waar het historisch gezien niet gesproken werd. Makkelijker is het om onderscheid te maken tussen het oorsprongsgebied van de taal en regio’s waar ze zich later verspreidde.’

Verder lezen →

Verbluffend boek over de Azteken (2): Een ijsje van de top van de vulkaan

De ontmoeting van Uey-Tlatoáni Motecuzóma (l) en de Spaanse veroveraar Hernán Cortés in de Azteekse hoofdstad Tenochtítlan. Litografie uit 1892.

Gary Jennings schreef een geweldige historische roman: Aztec. Dit is het laatste deel van de samenvatting, die eindigt wanneer de Azteken opeens een stel rare buitenlanders voor hun kusten zien opdoemen. Spoiler: de Spanjaarden winnen.

Maar eerst blijven we nog even in Tenochtítlan, de hoofdstad. Het is een welhaast magische plek: gelegen op een eiland, vol technisch vernuft, een etalage van de Azteekse cultuur. In het vorige artikel heb je al kennis kunnen maken met Mixtli, het hoofdpersonage van Aztec. Zijn levensverhaal is de rode draad van de roman. Mixtli, een jonge Azteek van simpele komaf die een belangrijke positie zal bekleden in het Azteekse Rijk, levert een uitgebreide beschrijving van de metropool Tenochtítlan.  

Venetië van het westelijk halfrond
Tenochtítlan telt rond het jaar 1500 zo’n 200.000 inwoners. Daarmee geldt ze als een van de grootste steden van haar tijd, waarmee in Europa alleen Parijs, Venetië en Constantinopel kunnen wedijveren. Op de markt van Tlaltelólco, bezocht door zo’n 40.000 mensen, komen goederen uit alle uithoeken van het rijk samen. In de roman valt een prachtige scène te lezen waarin Mixtli’s vader op de markt een ijsje voor hem koopt, voor het forse bedrag van twintig cacaobonen, een dagloon voor een arbeider. Het ijsje bestaat uit vruchtensiroop, gegoten over een bolletje sneeuw dat in een blad gewikkeld is. De sneeuw is die nacht door een reeks koeriers te voet van de top van de vulkaan Popocatépetl (‘rokende berg’ in het Nahuatl, de taal van de Azteken: popoca (roken) + tepetl (berg, heuvel)) gehaald en doorgegeven, om in de vroege ochtend in Tlaltelólco te worden verkocht.

Verder lezen →

Verbluffend boek over de Azteken (1): Waarom Mexico eigenlijk Mesjiko heet

De Grote Tempel in de Azteekse hoofdstad Tenochtítlan, zoals voorgesteld in de nieuwe dramaserie Hernán (2019) van Amazon Prime

Tijdens mijn reis door Mexico vroeg ik me af: zou er een historische roman bestaan over de Azteken, met veel aandacht voor hun taal? Ja, die bestaat. En hij is verbluffend.

Afgelopen zomer toerde ik vijf weken door Mexico. Daar moest natuurlijk een stukje voor dit blog uit voortkomen – maar waarover? Taal? Of geschiedenis? Over beide, zo zou blijken. Aan het einde van mijn reis, terug in Mexico-Stad, raakte ik opnieuw gefascineerd door de Azteken. Dat verdwenen volk had op deze plek zijn hoofdstad Tenochtítlan gehad, een stedenbouwkundig wonder vol enorme tempels en het hoogtepunt van een eeuwenoude cultuur, maar was in de zestiende eeuw door de Spanjaarden overmeesterd. Zou er een roman bestaan die me meer kon vertellen over die periode, vroeg ik me af. Op zoek in het online-winkeltje van mijn e-reader stuitte ik op een boek uit 1980: Aztec. Geschreven door ene Gary Jennings. Zeer lovend besproken door onder meer The New York Times. Het werd mijn ontdekking van het jaar.

Verder lezen →

WeetNieT: Wat betekent omsijfelen?

Een WeetNieT is een onbekend woord uit het Woordenboek der Nederlandse Taal (WNT), het grootste lexicon ter wereld. Wat betekent het?

OMSIJFELEN (ww.)

a. Rondkruipen, met een sissend of piepend geluid. Vaak van slangen gezegd. Klemtoon op ‘om’.
‘Een hevige schrik beving hem, toen hij eene slang zag, die daar bij de wieg van het kind omsijfelde.’

b. Iets om iemand heen draperen. Klemtoon op ‘om’.
‘Daer ontwaerde ik den koopman, die, ongekleed uit het bosschage komende, men ras met een tapir-vel omsijfelde.’

Verder lezen →

Antikatholieke stemming in Amsterdam: ‘Veegt uw aars met kanunniken’

Alteratie van Amsterdam, 26 mei 1578. Door Jan Luyken. (Rijksmuseum)
Het Spaansgezinde stadsbestuur en de katholieke geestelijkheid worden gedwongen te vertrekken: op de kade bij de Dam stappen zij op de boot.

In het boek Ooggetuigen van de Gouden Eeuw van René van Stipriaan, dat vorige maand opnieuw werd uitgegeven, vinden we verslagen van Nederlanders uit lang vervlogen tijden. Soms heerlijk openhartige, zoals deze dagboeknotities van de katholieke geestelijke Wouter Jacobsz. uit Amsterdam. De stad stond in de Tachtigjarige Oorlog lang aan de kant van de Spanjaarden, maar in februari 1578 gaf het katholieke stadsbestuur toe aan druk vanuit de bevolking en besloot dat aanhangers van protestantse religies voortaan niet meer werden vervolgd: de zogeheten Satisfactie. In de stad sloeg de stemming om.

‘Op 23 februari hoorden wij dat er veel uitgewekenen en ballingen weer naar Amsterdam terugkeerden, zodat men kon waarnemen dat de bevolking er toenam. Men zag dat het degenen die binnenkwamen zeer verschillend te moede was: sommigen waren bedroefd, sommigen waren verbitterd. Je kon nu al merken dat men meende niet meer onder de regels van de heilige kerk te vallen, want niemand werd iets in de weg gelegd, hoezeer daarop ook geattendeerd werd. Ja, in deze dagen kwamen twee zakken vol vogels de stad binnen en die werden dezelfde dag nog uitgevent, ondanks het feit dat het vastentijd was. Hiervoor werd niemand bestraft.’ […]

Verder lezen →

Waarom dit – volgens mij – de mooiste taal ter wereld is

Poging tot een zo neutraal mogelijk ogend strand, om de verrassing niet te verklappen*

Wat is mooi? Dat is een persoonlijke kwestie. Laat ik het daarom dicht bij mezelf houden en stellen dat de mooiste taal ter wereld alleen die taal kan zijn die ik het schitterendst vind klinken.

De inhoud doet er niet toe: in elke taal kun je namelijk alles uitdrukken, en van grammaticale constructies gaat mijn bloed niet sneller stromen (behalve van onpersoonlijke zinnen in het Russisch, potverdikkie! Maar dat is voor een andere keer). Ik houd het dus bij klank. Welke taal klinkt het mooist? Hieronder het stappenplan richting mijn nummer één.

Vrouwelijk
Een taal moet, vergeef me de formulering, vrouwelijk kunnen zijn. Zo zacht als een kussen. De twee s’en in het laatste woord maken duidelijk wat ik bedoel: sisklanken strelen de oorschelp. S, sj, sjtsj, ts, tsj en nog wat meer van deze zogeheten sibilanten. Dit zijn de stemloze voorbeelden, die je stembanden niet doen trillen, maar de stemhebbende vind ik net zo belangrijk: z, zj. Vooral die laatste, die in mijn voornaam zit: Roger. Een taal zonder die klank in huis mag ik natuurlijk niet accepteren. Daarom neem ik hier afscheid van alle Scandinavische talen, plus het ‘Hollandse’ Nederlands. Tot ziens!

Verder lezen →

WeetNieT: Wat is een keurwond?

Een WeetNieT is een onbekend woord uit het Woordenboek der Nederlandse Taal (WNT), het grootste lexicon ter wereld. Wat betekent het?

KEURWOND (znw.)

a. Goed verzorgde blessure.
‘Het moet gezegd, Van Pavelen, jouw laffe poging tot zelfmoord met een kapmes hebben ze gemaakt tot een fijne keurwond.’

b. Uit te kiezen verwonding.
‘Vierendeelen, kielhaalen, ombrenging door ’t vuurpeloton… Zoo veele manieren, doch den keurvorst koos als keurwond slechts de uittrekking der nagelen.’

Verder lezen →

De tweets – pardon: de breviloquia – van paus Franciscus

Paus Franciscus: ook zijn tweets worden gebundeld

Eind mei was ik in Italië en als hoofdredacteur van dit blog móest ik daar natuurlijk een Italiaanse krant kopen. Terecht: in La Repubblica bleek een geweldige reportage te staan over een overheidsafdeling in Vaticaanstad die zich bezighoudt met slechts één ding: het verzamelen en vertalen van alle teksten van paus Franciscus naar het Latijn. Inclusief zijn tweets.

Op de derde verdieping van het Apostolisch Paleis, het woon- en werkverblijf van de paus, pal naast zestiende-eeuwse fresco’s van Giovanni da Udine, die een leerling van Rafaël was, bevindt zich het Ufficio delle Lettere Latine. Het ‘Bureau voor Latijnse letteren’ maakt deel uit van het staatssecretariaat van de Heilige Stoel. Dat is het belangrijkste orgaan van de Romeinse Curie, het bestuursapparaat van paus Franciscus. Op de afdeling werken zeven ambtenaren. Hun chef is de Pool Waldemar Turek (57), een classicus die ‘curiaal Latijn’ doceert aan de Pauselijke Salesiaanse Universiteit in Rome.

Verder lezen →