In deze kolonie maakte Nederland pas echt werk van slavernij 

Braziliaans landschap met een huis in aanbouw. Door Frans Post, ca. 1655–1660. Mauritshuis, Den Haag

De kolonie Nederlands-Brazilië (1630–1654) is onterecht vergeten: daar runde Nederland voor het eerst een slavensamenleving. Van het geld werd het Mauritshuis gebouwd. 

‘Het was een heel ongebruikelijke uitnodiging om in dialoog te gaan met deze ruimte, dit huis (…). Maar het was ook een uitnodiging tot een boodschap, een wind van dialoog, die aangaf dat we niet meer in die periode leven.’ Terwijl Daiara Tukano een muur bewerkt met een verfroller, zijn haar woorden van filosofischer aard. De periode die de Braziliaanse kunstenares bedoelt is die van het kolonialisme, en dat huis is het Mauritshuis. Het Haagse museum, zo zien we in de documentaire Het uur van de wolf: Een gevleugelde herinnering, heeft Tukano in 2024 uitgenodigd om een muurschildering te maken. Dat resulteert in een kleurrijke voorstelling van een mythische slang, begeleid door zwaluwen: trekvogels die al eeuwenlang heen en weer gaan tussen Europa en het Amazonegebied, stelt Tukano, en daarom het contact tussen beide gebieden symboliseren.

De Braziliaan
Dat Nederland ooit een Braziliaanse kolonie had, weten niet veel mensen. In Brazilië wel: ondanks de schamele overblijfselen uit die periode is ze er nooit uit de aandacht verdwenen. Ook het Mauritshuis kende zijn geschiedenis amper. Het museum dankt zijn naam aan Johan Maurits, graaf van Nassau-Siegen (1604–1679), die een tijdlang gouverneur was van de kolonie. Zijn bijnaam: de Braziliaan. De zeventiende-eeuwse bijnaam van het Mauritshuis: het Suikerpaleis. Immers, Nederlands-Brazilië draaide om suiker, een goedje dat veel geld opleverde – en dat door slaven werd geproduceerd. Zo’n tien jaar geleden besloot het Mauritshuis kritisch in de historie te duiken, kort voordat het maatschappelijk debat oplaaide over Nederlandse musea en het kolonialisme.

Mauritshuis
Historicus Erik Odegard werd in 2018 aangesteld voor meerjarig wetenschappelijk onderzoek bij het Mauritshuis. Tegenwoordig werkt hij voor de universiteit van Leiden en doet hij onderzoek naar Nederlands-Brazilië voor het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis (IISG). Vier jaar geleden verscheen van zijn hand het boek Graaf en gouverneur. Nederlands-Brazilië onder het bewind van Johan Maurits van Nassau Siegen (1636–1644). ‘Lang heerste de mening dat Johan Maurits geweldig was, want hij verzamelde zulke goede kunst,’ zegt Odegard. ‘Nederlands-Brazilië is de best gedocumenteerde Atlantische kolonie van de zeventiende eeuw, dankzij hem. Hij was een edelman die wetenschappers en kunstenaars meenam.’ Tegelijkertijd bestuurde Johan Maurits namens Nederland – voor het eerst – een slavensamenleving. En het Mauritshuis? ‘Dat is op zijn minst deels gefinancierd met geld dat Johan Maurits in Brazilië heeft verdiend, of het nu via de suikerhandel kwam of via zijn gouverneurschap.’

Portret van Johan Maurits (1604–1679), graaf van Nassau-Siegen. Door Jan de Baen, ca. 1668-1670. Mauritshuis, Den Haag

Nederlands-Brazilië
Nederlands-Brazilië bestond slechts 24 jaar: van 1630 tot 1654. Het betrof een kolonie van de West-Indische Compagnie (WIC), veroverd op de Portugezen. Dat was niet gek, want de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden vocht de Tachtigjarige Oorlog (1568–1648) uit tegen Spanje, en de Spaanse koning zat lange tijd ook op de troon in Portugal. Omdat de twee landen rijkdommen haalden uit Noord- en Zuid-Amerika, had de Republiek er belang bij hun handel over zee te verstoren. Ze stichtte militaire steunpunten op strategische plekken, zoals Nieuw-Amsterdam op het eiland Manhattan. Dankzij de klapper van Piet Hein, die in 1628 bij Cuba de Spaanse Zilvervloot buitmaakte, kon de WIC ook werk maken van de verovering van Noord-Brazilië. Dat lukte op 15 februari 1630, toen de stad Olinda en haar haven Recife werden ingenomen.

Economisch systeem
Brazilië lonkte ook om financiële redenen. De Portugezen hadden er een economie opgetuigd waarin suiker uit suikerriet gewonnen werd, en wel onder dwang, door Afrikanen. Die werden geleverd door lokale handelaars in Afrika en gekocht op de Kaapverdische eilanden, in Guinea en Angola. ‘Het doel was om die Zuid-Atlantische constructie zo intact mogelijk over te nemen,’ zegt Odegard. Dat het systeem draaide op slavernij, was in Nederland bekend. ‘In oudere boeken kom je tegen dat de Nederlanders er pas in Brazilië achter kwamen, maar ze wisten het van tevoren al.’

Belangrijkste WIC-kolonie
Johan Maurits heeft als geen ander het beeld bepaald dat we van Nederlands-Brazilië hebben. De Duitse graaf werd in 1636 aangesteld als gouverneur. Hij had zich onderscheiden in het leger van de Republiek en het feit dat hij een Nassau was – zijn grootvader Jan was een broer geweest van Willem van Oranje – verleende hem een bepaalde glans, ook internationaal. Nu werd hij de baas van de belangrijkste kolonie van de WIC. Waar Nieuw-Amsterdam 1800 inwoners telde, woonden in Recife, waar Johan Maurits neerstreek, ruim 8.000 mensen. Naar Nederlandse maatstaven kreeg hij veel macht en een riant salaris. Dat alles wilde Johan Maurits graag uitdragen.

Kunst & wetenschap
Hij stelde niet teleur. Onder de kunstenaars en wetenschappers die met hem de overtocht maakten, bevond zich bijvoorbeeld Frans Post. Diens Gezicht op het eiland Itamaracá in Brazilië (1637), te zien in het Mauritshuis, geldt als het eerste schilderij van een Europeaan van en in Brazilië. Arts Willem Piso en onderzoeker Georg Markgraf legden in Historia naturalis Brasiliae (1648) de natuur en cultuur van het gebied vast, wat voor de ontwikkeling van de tropische geneeskunde van belang is geweest. Ook liet Johan Maurits een boek schrijven over zijn wapenfeiten in Brazilië: Rerum per octennium in Brasilia (1647), voorzien van prenten en landkaarten. Onder zijn bewind heerste in Nederlands-Brazilië, net als in de Republiek, een ongekende religieuze verdraagzaamheid. Joden emigreerden naar de kolonie, want ze mochten er hun godsdienst belijden – in Recife verrees de eerste synagoge van de Amerika’s. De Portugese bevolking kon katholiek blijven. Johan Maurits is in de historische literatuur dan ook als een ‘verlicht vorst in de tropen’ beschreven.

Gezicht op het eiland Itamaracá in Brazilië. Door Frans Post, 1637. Mauritshuis, Den Haag

Slavensamenleving
Pas recent is er meer aandacht gekomen voor de schaduwzijde. Hoewel Nederlandse reders en handelaars al sinds het einde van de zestiende eeuw betrokken waren bij slavenhandel, markeert het regime van Johan Maurits een kantelpunt in onze geschiedenis. In zijn pogingen om ook de overzeese Portugese bezittingen in handen te krijgen, veroverde hij in 1637 namelijk Elmina, het beruchte slavenfort in het huidige Ghana. ‘Daardoor ontstond voor het eerst een Nederlandse handel in slaven naar een door Nederlanders gecontroleerde kolonie,’ stelt Odegard. ‘Het ging dus niet meer alleen om handel, maar om een slavensamenleving onder Nederlands bestuur. Dat was nieuw.’

‘Onnodige scrupuleusheyt’
Tot slaaf gemaakte Afrikanen waren onmisbaar: ze bewerkten de suikerrietvelden en hielden de suikermolens draaiende. In een inventarisatie voor Johan Maurits schreef een ambtenaar: ‘Sonder alsulcke slaven ist niet mogelijck in Brasil iets uyt te rechten.’ Bezwaar hiertegen maken zou maar ‘een onnodige scrupuleusheyt’ zijn. Aan het hof in Mauritsstad, het bestuurskwartier van Recife, werkten vijftig onvrije mensen in dienst van de WIC. De gouverneur zelf bezat zo’n dertig slaafgemaakten. Hij liet ze brandmerken: Albert Eckhout schilderde een zwarte vrouw met op haar rechterschouder het monogram van Johan Maurits. ‘Ook handelde hij op persoonlijke titel in mensen, om zichzelf te verrijken,’ zegt Odegard. ‘Dat was illegaal, want de Compagnie had het monopolie op slavenhandel.’

31.533
Gedurende het bestaan van Nederlands-Brazilië zijn minstens 31.533 Afrikanen naar de kolonie gebracht. Pakweg een zesde overleefde de overtocht niet – sterftecijfers die Johan Maurits in Rerum per octennium in Brasilia fors naar beneden liet bijstellen. Het volledige plaatje is dat tussen 1500 en 1900 naar schatting 12,5 miljoen Afrikanen naar de Amerika’s zijn verscheept. De Portugezen brachten 4,8 miljoen dwangarbeiders naar Brazilië, met afstand de grootste groep. Noord-Amerika, vaak de focus van het debat over de trans-Atlantische slavenhandel, ontving er twaalf keer minder: 389.000. Nederland vervoerde in de genoemde periode 554.000 mensen.

Het einde van Nederlands-Brazilië
Hoe liep het af met de kolonie Nederlands-Brazilië? Johan Maurits werd ontslagen en keerde in 1644 terug naar de Republiek – de WIC kon en wilde zijn buitensporige hofhouding niet meer betalen. De Portugese bevolking kwam in 1645 in opstand en veroverde bijna de gehele kolonie. De onvrede jegens de protestantse elite was te groot geworden en de landadel, die de meeste suikerrietvelden en suikermolens bezat, kampte door beleid van de WIC met schulden. De Compagnie bezat het geld niet om voldoende terug te kunnen vechten. Ook veranderde de internationale context. In 1648 werd de Vrede van Münster gesloten: de Tachtigjarige Oorlog was voorbij. Toen de Republiek vier jaar later met Engeland in een oorlog verzeild raakte en schepen van Brazilië naar Europa haalde, gaf het hoofd van de troepen in Nederlands-Brazilië zich over aan de rebellen, op 26 januari 1654. Het verlies van de kolonie luidde het einde in van de WIC, al wist zij haar bestaan nog twintig jaar te rekken.

Goede sier
Johan Maurits zou zich altijd blijven afficheren met zijn Braziliaanse bestuursperiode. Daar gemaakte kunstwerken en vele andere, inheemse voorwerpen nam hij mee naar Europa, waar hij ze schonk aan leden van de hoge adel. ‘Zo kon hij zich prominent neerzetten in het internationale, adellijke giftenverkeer,’ zegt Odegard. ‘Zo van: kijk, ik ben buiten Europa gouverneur geweest, en jullie allemaal niet.’ Onder de voorwerpen die Johan Maurits meenam, bevond zich een rode verenmantel van het Tupinambá-volk. Mogelijk heeft hij hem aan de Deense koning Frederik III gegeven, waarna het kledingstuk in een museum in Kopenhagen belandde. De mantel is in 2024 teruggegeven en valt tegenwoordig te bewonderen in het Nationaal Museum van Brazilië in Rio de Janeiro.

Postuum portret van Maria I Stuart (1631–1660) met een bediende. Door Adriaen Hanneman, ca. 1664.
Mauritshuis, Den Haag

Verenmantel
In het Mauritshuis kijkt Daiara Tukano naar precies zo’n verenmantel, op een schilderij uit 1664 gedragen door de Engelse prinses Maria Stuart, echtgenote van prins Willem II van Oranje. ‘Ik begrijp wel waarom Maria hem zo graag aan wilde,’ grapt de kunstenares. Tukano behoort tot een andere etnische groep dan de Tupinambá, maar steunt de teruggave van dergelijke mantels volledig. ‘Elk inheems volk zou het begrijpen. Ze zijn bijna heilig.’

Dit artikel verscheen eerder in de VARAgids

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *