Het Aramees: Hoe een streektaal een wereldtaal werd (1)

Fries van Perzische boogschutters van Darius I uit het Pergamon-museum in Berlijn
De komst van de Perzen naar het Nabije Oosten betekende een doorbraak voor het Aramees. (Fries van Perzische boogschutters, Pergamon-museum, Berlijn)

Waarin schuilt de kracht van het Aramees? De taal schopte het tot lingua franca van het Perzische rijk en beschikt over de onsterfelijkste spreker aller tijden: Jezus. Op zoek naar een verklaring.

Wie meer van het Aramees wil weten, reist af naar Leiden. Daar huist Holger Gzella, professor doctor en kenner van de talen uit de wereld van het Oude Testament. Gzella (1974) geldt als een specialist op het gebied van de Aramese taalkunde. Hij ontvangt me in zijn werkkamer aan de plaatselijke universiteit vanwege zijn boek De eerste wereldtaal. De geschiedenis van het Aramees, dat vandaag bij uitgeverij Atheneum verschijnt.

Van een wereldtaal kun je, in het geval van het Aramees, zonder voorbehoud spreken. De Arameeërs legden hun idioom voor het eerst vast in de stadstaten van het huidige Syrië, waarna het zich binnen vijfhonderd jaar ontwikkelde tot lingua franca van Egypte in het westen tot Pakistan in het oosten – een territorium met een spanwijdte van 6000 kilometer. Kennelijk bezat het bijzondere eigenschappen. Nog steeds wordt het gebruikt. Wat is het eigenlijk voor taal?

Tandoori
‘Het Aramees is een Semitische taal, een zustertaal van het Hebreeuws,’ legt Gzella uit. ‘Het werd drieduizend jaar al geleden gesproken. Toen de Syrische stadstaten Damascus, Aleppo en Hama rond 900 v.Chr. opkwamen en een schrift nodig hadden, gingen ze het Fenicische alfabet gebruiken om hun taal op te schrijven. Net als in Europa de Grieken. Dat deden ze met inkt op zacht materiaal – denk aan potscherven en papyrus – en niet als spijkerschrift op kleitabletten, zoals daarvoor was gebeurd.’

Het Aramees kent, net als andere Semitische talen, ‘wortels’ die meestal uit drie medeklinkers bestaan. Die wortels kom je nooit losstaand tegen, maar je herkent ze in verschillende woorden die ervan zijn afgeleid. Ktb is bijvoorbeeld zo’n wortel: ‘schrijven’. Kataab is boek. Maktab is een geschrift. Kaateb is het deelwoord ‘schrijvende’. Ik schreef: katabt. Jij schreef: katabta in het geval van een man, katabti voor een vrouw. Het misschien wel bekendste woord dat van het Aramees is afgeleid is het Indiase tandoori. Dat komt van tannur, Aramees voor oven, want tandoorigerechten worden in een speciale oven bereid.

Opmars tot wereldtaal
Terug naar de wonderbaarlijke opmars van het Aramees tot wereldtaal. De Syrische steden werden rond 800 v.Chr. opgeslokt door het Nieuw-Assyrische Rijk, dat zijn wortels had in Mesopotamië, het tegenwoordige Irak. Het was een meertalige staat, en in de hoofdstad Assoer werd Akkadisch gesproken. Toch begon het Aramees zich na de verovering rap te verspreiden door het rijk, vertelt Gzella. ‘Dat kunnen we heel indirect waarnemen. De Akkadische taal ging bepaalde alledaagse woorden overnemen, voorzetsels, de manier om richtingen aan te duiden veranderde. West-Semitische namen werden populairder. Er ontstond een mengtraditie van Aramees en Akkadisch. In de bronnen zie je zelfs aan bepaalde spellingvariaties terug dat ze in Mesopotamië Aramees met een Mesopotamisch accent gingen spreken. Op een gegeven moment werd het Aramees erkend als officiële bestuurstaal.’ Uiteindelijk ontstond een situatie van tweetaligheid: vele inwoners spraken zowel Aramees als Akkadisch, waarbij de laatste taal met name bij de elite en aan het hof nog prestige genoot. Omstreeks 500 v.Chr. verving het Aramees het Akkadisch voorgoed.

De grote vraag luidt: hoe kon dat gebeuren? ‘Tja,’ zegt Gzella, ‘dat is een van de grote mysteries van het Aramees. We weten het niet zo goed.’ Ai. Er moeten toch aanwijzingen zijn waarom het Aramees, dat noch de taal van de macht was, noch de dominante taal in de handel, zich in die mate heeft weten te manifesteren? Gzella wil wel een poging wagen. ‘Een drijfveer zou kunnen zijn dat het Aramees toegang gaf tot het alfabetschrift, en dus tot de talen van Syrië-Palestina. Die gebruikten namelijk hetzelfde schrijfsysteem, en leken erg op het Aramees. Ook kan migratie een reden zijn geweest. We weten bijvoorbeeld dat Arameestalige ambachtslieden – timmermannen, beeldhouwers, enzovoorts – hebben meegewerkt aan het verfraaien van Assyrische paleizen.’ Toch kan geen van deze redenen in zijn eentje het hele proces verklaren. ‘Waarschijnlijk was het gewoon een mode om zo te spreken.’

De beslissende stap
De beslissende stap zette het Aramees toen het Nieuw-Assyrische rijk ten onder ging. Na een kort bewind van de Babyloniërs kregen de Perzen, uit het nog verder gelegen Iran, het voor het zeggen, in de zesde eeuw v.Chr. De roemruchte koningen Darius en Xerxes konden aanknopen bij een eeuwenoude beschaving, maar hun taal, het Oudperzisch, beschikte nog helemaal niet over een schriftcultuur. Het was dus wel zo gemakkelijk om het Aramees als internationaal communicatiemiddel over te nemen. De nieuwe heersers besloten tot een stroomlijning van de bureaucratie van hun zogeheten Eerste Perzische (of Achaemenidische) Rijk. Ze pikten één van de vele varianten van het Aramees eruit. Op basis daarvan werd, tegen het eind van de zesde eeuw v.Chr., de Aramese schrijftaal gestandaardiseerd en overal in het onmetelijke gebied ingevoerd. Ambtelijke schrijvers kregen een opleiding volgens centraal vastgestelde normen. ‘Vanaf dat moment kun je niet meer zien waar teksten vandaan komen,’ zegt Gzella. ‘Van Egypte tot Bactrië in het tegenwoordige Afghanistan: in termen van schrift, taalgebruik en documentvormen zijn ze tot in detail identiek.’ Het Rijksaramees was een feit.

De invloed van dit Rijksaramees is gigantisch geweest. Toen eeuwen later de Bijbel werd geschreven, gebeurde dit deels in het Aramees – onderdelen van de boeken Ezra en Daniël, om precies te zijn. In de Talmoed bevat het joodse scheidingsrecht Aramese formules. En Jezus? Sprak hij Aramees? Ja, maar daar hebben we het de volgende keer wel over.

In deel 2: Jezus, de Bijbel én de Aramese dialoog van Jozef en Maria bij de herberg

3 Reacties

  1. Leuk! Aandacht voor het Aramees is altijd welkom. Even mierenziften: de gegeven voorbeelden voor ‘schrijven’ zijn geen tegenwoordige tijden maar perfecta; dus ‘ik/jij heb[t] geschreven’; ‘ik/jij schreef’.

Een reactie achterlaten

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *