Het Aramees (2): Dit is wat Jezus letterlijk zei

De historische landstreek Galilea, nu Noord-Israël, waar Jezus opgroeide

Jezus sprak Aramees. Mel Gibson ook – maar niet goed, zo ontdekken we. En verder, als geintje: Jozef en Maria bij de herberg, in het Aramees.

Het meertalige, Heilige Land
Jezus sprak Aramees. Dat mag Holger Gzella, specialist op het gebied van Aramese taalkunde aan de universiteit van Leiden én auteur van het vorige week verschenen boek De eerste wereldtaal, wel zo zeggen. Al moet daaraan toegevoegd worden: de taalsituatie in het Heilige Land was complex. ‘Het Hebreeuws was de inheemse taal, maar in het alledaagse gebruik is die mijns inziens al vóór de tweede eeuw v.Chr. vervangen door het Aramees,’ legt Gzella uit. ‘Het Aramees werd namelijk gebruikt door het Perzische Rijk, dat toentertijd heerser was over het gebied. Ook kwamen er in de Perzische tijd grote aantallen Arameestaligen wonen, na een periode van fikse bevolkingsdaling. Wel bleef het Hebreeuws gehandhaafd in bijvoorbeeld de uitleg van de religieuze wet.’

Toen de Romeinen in 63 v.Chr. Palestina veroverden, introduceerden zij nóg een voertaal: het Grieks, zoals in het gehele oostelijke gedeelte van hun rijk. Toch bleef het Aramees courant in het gebied. Gzella: ‘Het was een meertalige maatschappij. In sommige steden en in sommige sociale lagen zal het Grieks verder verspreid zijn geweest dan op het platteland. Ook Jezus zal enkele Griekse woorden hebben gekend. Hij zal ook zeker enige kennis van het Hebreeuws hebben gehad. Toch denk ik dat hij en zijn ouders Arameestalige mensen zijn geweest. In de meeste situaties van zijn dagelijks leven sprak hij Aramees. Althans, zijn dialect ervan, uit Galilea.’

Citaten van Jezus
Wat is er eigenlijk aan Aramees terug te vinden in de Bijbel? Het Nieuwe Testament, het deel waarin de daden van Jezus worden beschreven, is in het Grieks opgesteld en overgeleverd. Toch staan er enkele Aramese uitspraken in die aan Jezus worden toegeschreven. In het verhaal over Jaïrus (Lucas 8:54) bijvoorbeeld, wiens twaalfjarige dochter zojuist is gestorven, zegt Jezus: ‘Talita koem!’ Meisje, sta op! Dat deze Aramese formule midden in een Griekse tekst opduikt, is niet gek, zegt Gzella: het was een rituele uitspraak, dus die snapten de mensen wel. Net als die bij de genezing van een doofstomme (Marcus 7: 31-37): Effata! Ga open! – wat op de oren van de dove betrekking heeft. In het Oude Testament komt Aramees vaker voor. Hoewel de oorspronkelijke taal het Hebreeuws is – het Oude Testament wordt niet voor niets ook wel de Hebreeuwse Bijbel genoemd – zijn enkele delen van de originele brontekst in het Aramees gesteld. Een deel van het boek Ezra bijvoorbeeld, en de helft van het boek Daniël. Het Oude Testament is over een periode van duizend jaar geschreven, en Daniël is het laatste boek dat afgerond werd, in de tweede eeuw v.Chr.

Klanken van Jezus (en van Mel Gibson)
Tot zover de schrijftaal. Hoe kom je er nou achter hoe dat Aramees van Jezus geklonken heeft? Dat is een heel gepuzzel, legt Gzella uit. ‘We kunnen nalezen hoe Aramese woorden in transcriptie zijn opgeschreven, zoals ‘talita koem’ in het Grieks. Ook bestaan uit een latere periode zogeheten gevocaliseerde teksten: teksten waarin klinkers aangeduid worden.’ Handig, omdat geschreven Aramees alleen de medeklinkers weergeeft, net als het klassieke Hebreeuws. ‘Daar kom je weleens spellingsinconsistenties tegen. Dan heeft iemand een woord opgeschreven op een manier die niet klopt met de officiële spelling van het Perzische rijk, maar die wel overeenkwam met zijn eigen spreekvariant. Uit dat soort dingen kun je de uitspraak van het Aramees afleiden.’

Als dat zo is: hoe deed Mel Gibson het dan in zijn prestigestuk The Passion of the Christ uit 2004? Nou, niet zo goed. De taaladviseur van Gibson heeft er een rommeltje van gemaakt, een steenkolenaramees, zegt Gzella. ‘Ze hebben verschillende variëteiten van het Aramees, ook uit een veel latere tijd, op één hoop gegooid, en de uitspraak op een veel vroegere periode teruggeprojecteerd. Het is een leuke grap, maar we kunnen vrijwel zeker weten dat het Aramees toen anders geklonken heeft.’ Natuurlijk, historische fonologie is moeilijk. ‘Maar toch zit er heel wat licht tussen helemaal niets weten en de uitspraak perfect kunnen destilleren.’

Taalgids: zoek een slaapplaats in het Aramees
Hoe zou de zoektocht van Jozef en Maria naar een overnachting in een herberg in Bethlehem eigenlijk geklonken hebben? Nou, dat weet professor doctor Gzella niet, en hij vindt terugvertalingen bovendien maar weinig academisch. Daarom beperken we ons bij het volgende geintje maar tot de schrijftaal en benadrukken wij dat meneer Gzella er niets mee te maken heeft gehad. Dat gezegd hebbende: als je ooit in het Heilige Land van tweeduizend jaar geleden verzeild raakt en je bent Airbnb vergeten, zoek dan een slaapplaats met onderstaande taalgids!

Wat & Hoe in het Aramees*
Jozef, Maria en hun vergeefse smeekbede aan een herbergier

De Aramese diaspora
Na de Romeinse periode, dankzij welke we Aramese inscripties terugvinden van Palmyra tot in Engeland, ging de eenheid in het Aramees verloren. Er bleef een lappendeken aan dialecten over. Sprekers van naburige varianten konden elkaar nog wel verstaan, maar toen in de zevende eeuw het Arabisch zich begon uit te breiden door het Midden-Oosten, ontstonden taaleilandjes, die zich vervolgens op een eigen manier ontwikkelden. Tegenwoordig bestaan er tientallen verschillende dialecten van het Aramees, gesproken door vele tienduizenden mensen, die niet wederzijds verstaanbaar zijn. In Nederland hebben Arameestaligen zich vooral in Enschede geconcentreerd, waar dan ook een Syrisch-orthodox klooster staat. Daar wordt klassiek Syrisch gebruikt, een Aramese literaire taal die in status vergelijkbaar is met onze traditionele kerktaal: Latijn. Maar aan het altaar in Enschede sta je dus, taalkundig gezien, nét iets dichter bij Jezus.

* De hier geciteerde versie van het Aramees is Syrisch-Aramees, de taal van de Syrisch-orthodoxe christenen. Met dank aan Anne Turan van de Aramese Federatie Nederland, die een vertaling voor ons regelde.


Zie ook deel 1: Het Aramees: Hoe een streektaal een wereldtaal werd

4 Reacties

  1. Haha, die dialoog is tamelijk briljant. 🙂 Ik heb Gzella’s boek inmiddels ook in huis. Fikse pil voor die prijs; ben benieuwd!

    Kom ik wel weer even flauw doen: Peshitta is niet de naam van deze variant van de taal, maar van de Syrisch-Aramese Bijbelvertaling waarin ze gebruikt wordt. Zoals je zelf al schrijft is de Nederlandse benaming voor het dialect ‘Syrisch-Aramees’ (verwarrend genoeg ook vaak simpelweg ‘Syrisch’ genoemd, wat dus weer niets te maken heeft met de Syrische variant van het Arabisch); de sprekers zelf spreken meestal van Suryoyo* (je raadt het nooit: dat betekent ‘Syrisch’), of ook wel ktoboboyo* ‘boek(taal)’ als ze specifiek de klassieke (o.a. in de Peshitta gebruikte) variant bedoelen.

    * Vervang de o’s door a’s als je een oostelijke uitspraak prefereert.

Een reactie achterlaten

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *