Writsaard

a. Geil, wellustig manspersoon.

Sij (ginc) metten mutzart thuyswert hanen; Dies sy al om siende na den vritsaert: Noch man, noch eins, en verdint wen (lees: uwen) mutzaert.’

Slechts éénmaal aangetroffen in een Nederlandstalig document, in de tweede helft van de zestiende eeuw. Uit het WNT: ‘De herkomst is niet zeker. Wellicht moet het woord (…)  worden opgevat als een vervorming van ritsaard, dat dezelfde betekenis heeft.’

BIJGEWERKT (18-11-2016): Meer weten? Ton den Boon – neerlandicus, lexicograaf en hoofdredacteur van de Dikke Van Dale – schreef als reactie op deze WeetNieT een uitgebreid artikel over de herkomst van het woord ‘writsaard’ op Taalbank.nl. Hulde! Er blijkt zelfs een verband te bestaan met een personage uit een blijspel van Bredero. ‘Niet voor niets werd Writsart (…) getypeerd als “een oversekste knaap die vanaf zijn vijftiende naar de hoeren gaat en wiens gezichtsvermogen reeds door geslachtsziekte is aangetast.”‘ Lees het artikel hier.

Een reactie achterlaten

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *