Bob Dylan villen

Bob Dylan in Bristol, 1966 (copyright Barry Feinstein)

Nu Bob Dylan de Nobelprijs voor Literatuur ook echt heeft opgehaald, laten we zijn taal eens fileren door een zanger, een literair vertaler en een taalkundige. Wat is het Engels van Dylan? ‘Dit is vernieuwende metaforiek.’

Er zal wat nageschamperd zijn, toen Bob Dylan op 1 april jongstleden eindelijk zijn Nobelprijs voor Literatuur in ontvangst nam. De Amerikaanse zanger moest toch optreden in Stockholm, dus kon hij net zo goed even bij het Nobelcomité langswippen. Eind vorig jaar kwam de datum van de officiële uitreiking hem slecht uit en vaardigde hij collega Patti Smith af naar Europa. Het was de periode waarin critici van de toekenning van de prestigieuze prijs aan Dylan (1941) het luidst van zich deden spreken – een storm die nu wat is geluwd. De Schotse schrijver Irvine Welsh had het over ‘een slechte nostalgieprijs, gewrongen uit ranzige prostaten van seniele, bazelende hippies.’ Pierre Assouline, romancier en lid van de Académie Goncourt, die met de Prix Goncourt jaarlijks een van de belangrijkste Franse literatuurprijzen uitreikt, vond ‘dat de Zweedse Academie zichzelf belachelijk maakt.’ In Nederland twitterde schrijver en redacteur van NRC Handelsblad Bas van Putten: ‘De literatuur is vandaag officieel doodverklaard.’ Paul van der Steen, journalist voor dezelfde krant, vroeg zich publiekelijk af of Cees Nooteboom nu kans maakte op een Grammy Award.

Goed, Dylan is een liedjesschrijver. Maar literatuur is niet gebonden aan papier. De Odyssee van Homerus was een gedicht, bedoeld om voorgedragen te worden. Harold Pinter, aan wie de Nobelprijs in 2005 werd toegekend, was een Brits toneelschrijver. Wat deze voorbeelden bindt, is taal. Wat maakt het Engels van Bob Dylan zo bijzonder?

‘Ik denk dat er niet één taal van Dylan is,’ zegt literair vertaler Erik Bindervoet. ‘Hij heeft zich zoveel idiomen aangemeten.’ Bindervoet vertaalde met zijn vaste compagnon Robbert-Jan Henkes niet alleen klassiekers uit de wereldliteratuur als Ulysses van James Joyce, maar ook het complete oeuvre van Dylan. Het recentste deel, Liedteksten 2002-2012, verscheen eind maart bij uitgeverij Nijgh & Van Ditmar. Dat Dylan in de mondiale top vijf zit van zangers met de grootste woordenschat in hun teksten (volgens een onderzoek uit 2015 van de Amerikaanse website MusixMatch – voor wat het waard is), verbaast hem niet. ‘Elke keer dat Dylan schrijft, kruipt hij in een andere rol, en dus ook in een andere taal. Hij is nu de bard op leeftijd die bezig is met terugblikken en melancholiek mijmeren, maar vroeger was hij een boze jongen. Hij heeft zelfs smartlappen geschreven. ‘I threw it all away’ is voor mij een soort André Hazes-nummer. Na zijn motorongeluk van 1967 kwam de plaat John Wesley Harding uit: met heel kale teksten, terwijl Dylan in de jaren ervoor juist liedjes had gemaakt vol surrealistische, Rimbaud-achtige symboliek. Neem ‘Visions of Johanna’: See the primitive wallflower freeze/ When the jelly-faced women all sneeze.” Dat aan elkaar plakken van beelden, die collagetechniek, die beheerste hij eveneens. Dylan kent een heel rijke taal. Hij wordt wel eens met Shakespeare vergeleken, en daar zit iets in.’

Ook Gerard Steen, hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam (UvA), haalt ‘Visions of Johanna’ aan om Dylans taalgebruik te duiden. ‘“But Mona Lisa musta had the highway blues/ You can tell by the way she smiles.” Die regels zijn briljant. Er zit een anachronisme in, want in de tijd van Mona Lisa bestonden er natuurlijk nog geen snelwegen. De aanname dat ze haar beroemde lach lacht vanwege highway blues is leuk. Trouwens, ik wist niet dat er zoiets bestond als highway blues, maar ik kan me er meteen iets bij voorstellen. Dylan weet hier opvallende verbanden te leggen tussen domeinen die niets met elkaar te maken hebben. Dat is hét kenmerk van vernieuwende metaforiek.’

Steen kan het weten: hij is oprichter van het Metaphor Lab Amsterdam, een instituut van de UvA en de Vrije Universiteit (VU) dat onderzoek doet naar het gebruik van metaforen. Daaronder verstaat hij niet alleen taal, maar alles wat concreet is en ons helpt na te denken over abstracte of anderszins moeilijke begrippen, zoals waarheid, liefde of de maatschappij. De ‘tsunami van islamisering’ van Geert Wilders, de ‘strijd tegen kanker’: allemaal metaforiek. Wat Steen speciaal noemt aan goede dichters, en Bob Dylan in het bijzonder, is dat zij gebruik maken van conventionele metaforen en ze vernieuwen. Zijn favoriet komt uit de Dylan-song ‘You’re a big girl now’. ‘Daarin zingt hij: “I’m going out of my mind/ With a pain that stops and starts/ Like a corkscrew to the heart/ Ever since we’ve been apart.’ Een kurkentrekker, die soms stopt, maar steeds dieper gaat, net als liefdesverdriet – dat is mooi gedaan. Dit is een metafoor uitgewerkt over maar liefst drie regels. Daarmee onderscheidt Dylan zich. Een van mijn andere muzikale helden is Prince, maar die bespeelt een heel ander register. Prince zoekt het meer in regulier taalgebruik en is vooral gericht op seks. Dylan schrijft ook over het sociale, en over emoties. Ik moet erbij zeggen: ik ben een fan.’

Tot zover woordgebruik en beeldspraak. Hoe zit het met de klanken van Dylan? Rijmen, dat kan hij ‘ontzettend goed’, stelt Bindervoet. ‘Het is altijd verrassend en spannend waar hij op uitkomt, terwijl het nooit geforceerd klinkt. Dat is een constante bij hem.’ Bindervoet noemt het nummer ‘Hurricane’ (1975), een protestlied over de onterechte veroordeling van de zwarte bokser Rubin Carter voor moord. ‘“Rubin Carter was falsely tried/ The crime was murder “one,” guess who testified?/ Bello and Bradley and they both baldly lied/ And the newspapers, they all went along for the ride.” Dat zijn vier rijmwoorden achter elkaar. Het klinkt ontzettend goed, het loopt zo natuurlijk. Dat is de kracht van Dylans mengsel van techniek en magie. De gedrevenheid die de woorden hebben, dat dwingende, daar kun je niet omheen. Het begint op rappen te lijken, maar ik vind Dylan beter, want rappers kiezen vaak voor de net iets makkelijkere woorden.’

Ook Jan Rot, zanger en fervent vertaler van buitenlandse songs naar het Nederlands, is vol lof over het geluid dat uit Dylans teksten spreekt. ‘Het wisselt per liedje, maar de klanken zijn bij hem de baas. Ze gaan hand in hand met de woorden, en dat maakt Dylan tot zo’n goede toondichter. Ik probeer in mijn vertalingen dan ook altijd om dezelfde klankvolgorde aan te houden. Bij ‘It’s all over now, baby blue’ weet ik dat op het eind een oe moet staan. Van ‘baby blue’ kan ik geen ‘liefje blauw’ maken, dat werkt niet. ‘Babyboom’ is het geworden, een verwijzing naar Dylans generatie, en dat vind ik even goed klinken.’

Rot staat erom bekend dat zijn versies van buitenlandse platen niet per se letterlijk vertaald zijn. Bij zijn veelgeroemde ‘hertalingen’ mag hij nogal eens de handeling naar een Nederlandse context verplaatsen: zo veranderde hij het Vietnam-lied ‘Goodnight Saigon’ van Billy Joel in een nummer over de politionele acties in Indonesië. Toch staat zingbaarheid voorop, zegt Rot. ‘Ik ben op de eerste plaats zanger en liedjesschrijver. Lettergrepen proppen maakt muziek helemaal stuk, en het Nederlands heeft nu eenmaal meer lettergrepen nodig dan het Engels. Zelfs het aantal letters kan een lied lelijk maken. Het woord ‘schurk’ heeft er teveel voor een liedje. Ik gebruik liever ‘boef’, dat kent er maar vier, en het heeft een mooie oe-klank. Toch gaat het in beide gevallen om woorden van één lettergreep.’ Om bij het vertalen van Dylan de klanken in diens regels exact te volgen, werkt Rot zijn vertalingen uit op bladmuziek, in Photoshop. ‘Dan kan ik precies zien waar zijn kernwoorden zitten, en merk ik meteen of ik teveel letters gebruikt heb. Als ik klaar ben, dan zing ik mijn vertaling over het liedje van Dylan heen. Als mijn timing dan naadloos samenvalt met die van hem, is het goed.’

Zo komen we erachter dat Dylan in zijn teksten op verschillende niveaus knap werk levert, maar toch klinken zijn nummers niet ingewikkeld of bedacht. Misschien is dat nog wel zijn grootste kwaliteit. ‘De folktraditie waarin hij begon, kent een simpel, alledaags taalgebruik, vol conventionele beelden,’ zegt Steen. ‘Ook Dylan gebruikt toegankelijke woorden, maar hij zegt er veel mee. In ‘Mississippi’ zingt hij: “I was raised in the country, I been workin’ in the town/ I been in trouble ever since I set my suitcase down.” Daar is niks metaforisch aan, maar in twee regels roept hij een scenario op waarbij iedereen zich iets kan voorstellen.’

Wat wellicht helpt is dat Dylan doorgaans het grote sentiment schuwt, waardoor de luisteraar zijn eigen gevoelens de vrije loop kan laten. Sommige Amerikaanse klassiekers die Dylan de laatste jaren aan het coveren is, zou hij naar eigen zeggen nooit hebben kunnen schrijven, stipt Bindervoet aan. ‘Hij vindt gevoel al snel te vals. Hij blijft liever subtiel. Om mensen te laten huilen, moet je zelf niet gaan huilen, dat idee. Toch heeft hij in elke periode van zijn leven naar een nieuwe kern gezocht, die hij in heel simpele bewoordingen heeft weten te raken.’ Gewone woorden in de juiste volgorde: Rot sluit zich daarbij aan. ‘Zoals de oude Reve zei: het doet je aan jezelf denken, ook als het niets met jezelf te maken heeft. Het zijn allemaal zinnen die je zelf zou kunnen gebruiken. Je voelt je als een rolling stone, wanneer Dylan erover zingt. Dat maakt hem een grootheid.’

Dit artikel verscheen eerder in de VARAgids.

Een reactie achterlaten

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *