Crăciun fericit! Kerstmis in 25 talen

Gelukkig kerstfeest – maar dan in het Roemeens.

Met Kerstmis wordt de geboorte van Jezus Christus gevierd. Toch is de zeer onchristelijke voorganger van dat feest in sommige talen nog zichtbaar. Taal is mensenwerk, weet je.

Ongeboren
Neem nou die datum: we weten vrijwel zeker dat de profeet Jezus níet op 25 december van het jaar nul is geboren. In de eerste eeuwen van onze jaartelling vond ook niemand dat belangrijk. Pas nadat keizer Constantijn in 313 godsdienstvrijheid in het Romeinse Rijk had afgekondigd, richtten vooraanstaande christenen hun pijlen op het niet-christelijke feest van de winterzonnewende. Dat vierde op 25 december de terugkeer van het licht, het moment in het jaar waarna de dagen weer langer werden. Volgens de theorie die op dit moment de meeste aanhangers telt, besloten de christenen om die dag te claimen als de viering van de geboortedag van Jezus Christus, die tenslotte naar eigen zeggen óók de brenger van het licht was. En zo geschiedde.

Over Kerst gesproken
Nu we het toch over Jezus Christus hebben: hem noemden we in onze contreien ‘Kerst’, gedurende de Middeleeuwen. Dat is de vernederlandste vorm van zijn naam. Vandaar Kerstmis. ‘Mis’ kreeg later de betekenis ‘feestdag van een heilige’. Protestanten spreken dan ook liever van ‘kerstfeest’, want heiligenverering, dat is meer iets voor katholieken.

Der, die, das
Ook in de Duitstalige wereld gaat het om heiligheid. Weihnachten is een gek woord. Niet vanwege Weih (dat komt van het werkwoord weihen: wijden, heiligen, heilig maken), maar vanwege dat Nachten. Weihnachten werd voor het eerst aangetroffen in een tekst uit omstreeks 1170, in de formulering ze wihen nahten: ‘in de heilige nachten’. Een meervoudsvorm dus, die verwees naar de twaalf heilige nachten tussen Kerstmis en Driekoningen, van 25 december tot 6 januari. Later heeft het Duitse meervoud van ‘nacht’ echter een umlaut gekregen: Nächte. Maar het woord Weihnächte heeft de woordenboeken nooit gehaald. Daar staat het feest nog in zijn oude meervoudsvorm, die vreemd genoeg de status van enkelvoud heeft gekregen: das Weihnachten.

Joelfeest
De twaalf midwinternachten waren niet voorbehouden aan christelijke, Mediterrane streken – ook in het met sneeuw bedekte, met boter bradende hoge noorden kende men ze. Met ‘men’ bedoel ik de Germanen. Zij vierden in die periode het Joelfeest. Jul is nog steeds de benaming voor Kerstmis in de Scandinavische talen, om precies te zijn in het Deens, Zweeds en Noors. Ook de IJslanders hebben het over Jól. We herkennen het woord in andere Germaanse talen wanneer het over feest en plezier gaat, zoals ‘jolijt’ in het Nederlands en jolly in het Engels. Overigens noemen de Finnen Kerstmis Joulu en de Esten Jõulud.

Dies natalis
Terug naar Rome. De Romeinen refereerden in hun eigen Latijn heel letterlijk aan de geboortedag van Christus, namelijk met dies natalis. Het deel natalis, ‘van de geboorte’, bleef na de val van het Romeinse Rijk behouden in de opvolgertalen van het Latijn. Neem het Italiaanse woord voor Kerstmis: Natale. Of het Portugese: Natal. Dankzij Portugese ontdekkingsreizigers maakte het zelfs een heuse wereldreis, naar verre oorden als Brazilië, Angola en Mozambique. De 25 miljoen christenen van Indonesië – Francisco Serrão was in 1512 de eerste Europeaan die de Molukken bereikte, immers – wensen elkaar nog steeds een Selamat Hari Natal toe.

De harde t uit Rome ontwikkelde zich tot een zachtere klank in het Catalaans en Occitaans (Nadal). Verder weg, in Noord-Frankrijk, viel ook die d af, en eindigden de klinkers als in Noël. Zelfs aan de randen van Europa, waar Keltische stammen zich de Romeinen van het lijf hadden proberen te houden, had de Latijnse term weten door te dringen. In het Bretons, aan de Franse kust, spreekt men van Nedeleg. Aan de overzijde van het Kanaal gebruiken ze Nadelik (Cornish), Nadolig (Welsh) of Nollaig (Schots en Iers). Midden op het Iberische schiereiland besloten ze uit te gaan van een ander Latijns woord, nativitas, oftewel ‘geboorte’. Daarom heet Kerstmis in het Spaans Navidad. Je weet wel. Van ‘Feliz Navidad’.

Crăciun
Vreemde eend in de bijt is die Latijnse dochter ver voorbij de Alpen, het Roemeens. Daarin heet Kerstmis namelijk Crăciun. Waarom weet niemand. Wetenschappers hebben talloze Latijnse woorden geopperd als bron, maar opvallend is dat het woord sterk lijkt op het Oudslavische koročun. Wat dat betekent? Winterzonnewende – daar is ie weer. In de talen van de omringende Slavische landen worden afleidingen van dat woord gebruikt voor zaken die met het huidige kerstfeest te maken hebben. Het Oekraïense крачун (kratsjoen) bijvoorbeeld, dat staat voor het brood dat traditioneel op 24 december, aan de vooravond van Kerstmis, gebakken wordt. Verder houden de Slavische talen zich keurig aan de Jezus Christus-verwijzing. С Рождеством (S Rozjdestvom) wensen de Russen elkaar – рождение (rozjdenië) betekent ‘geboorte’. In het Oekraïens heet het feest Різдвo Христoве (Rizdvo Christove). Een vorm van het woord voor God, Bog, komt begrijpelijkerwijs ook veel voor. Pools: Boże Narodzenie (‘Gods geboorte’). Kroatisch: Božić. Servisch: Божић (Bozjitsj).

Zo, heb ik nu de hele christelijke wereld gehad? Nee, niet helemaal. De Tsjechen en Slowaken heb ik zomaar laten zitten. En de Grieken. En de Kopten, waartoe toch tien procent van alle Egyptenaren zich rekenen. En alle andere christenen die buiten dit bij nader inzien wel heel eurocentrische artikel vallen. Wie zich daarover opwindt, kan ik alleen maar zeggen: vergeef me. Vrede op aarde.

Zo, en draai nu de volumeknop maar open en luister naar ‘Stille nacht’ in tien talen, tegen de achtergrond van een knapperend haardvuur.

Een reactie achterlaten

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.