Was Rampjaar 1672 het einde van de Gouden Eeuw? ‘Zeker niet.’

De Franse koning Lodewijk XIV steekt op 12 juni 1672 de Rijn over en trekt Nederland binnen. Door Adam Frans van der Meulen, 1672–1690 (Rijksmuseum)

In het jaar 1672 werd de Nederlandse republiek aangevallen door liefst vier buitenlandse machten tegelijk. Het zogeheten Rampjaar staat bekend als het einde van de Gouden Eeuw, maar klopt dat wel? ‘Zeker niet,’ stelt hoogleraar Maarten Prak.

‘Margaretha [lag] in de nacht van 12 juni al een paar uur in haar hemelbed. Rond een uur of twee vloog de deur open en stormde haar zoon naar binnen, hijgend van zijn wilde galop. Het moment waarop ze zich zo lang had voorbereid was aangebroken. Ze schoot in haar kleren en riep haar personeel bij elkaar.’ Paniek op kasteel Amerongen, zo beschrijft historicus Luc Panhuysen in zijn dit jaar verschenen boek Rampjaar 1672. Hoe de Republiek aan de ondergang ontsnapte. De Fransen kwamen eraan! Het leger van koning Lodewijk XIV was de Rijn overgestoken, op slechts vijftig kilometer afstand. Margaretha’s zoon Godard, officier in het leger van de prins van Oranje, kwam zijn moeder midden in de nacht hoogstpersoonlijk waarschuwen. Haar echtgenoot, diplomaat Godard Adriaan van Reede, was in Berlijn. Ondertussen stroomden ook elders in Nederland vele dorpen en steden leeg. ‘Een deel van de vluchtelingen nam de boot. Vanuit Harderwijk, Kampen en andere plaatsen aan de Zuiderzee staken kleine en grote vaartuigen over naar Hoorn, Monnickendam en Edam.’ In Amerongen vluchtte Margaretha als een van de weinigen in een koets. ‘De opkomende ochtendzon onthulde een ware exodus. Vervuld van ontzetting en medelijden zag ze hoe “de mannen en vrouwen langs de weg [gingen] en [huilden] als kinderen.”’

Redeloos, radeloos, reddeloos
Het jaar 1672 geldt als het meest traumatische jaar in de Gouden Eeuw van het toenmalige Nederland. Het volk was redeloos, het bestuur radeloos en het land reddeloos, gaat het gezegde. De Gouden Eeuw zou ermee ten einde komen. Nu, 350 jaar later, wordt van alle kanten teruggeblikt. De Maand van de Geschiedenis staat in het teken van ramp en tegenspoed, er zijn symposia en tentoonstellingen en natuurlijk boeken, zoals het geprezen werk van Panhuysen. Op televisie brengt de NTR de geschiedenisserie Het Rampjaar 1672, in zeven delen, die deze week de rol van Engeland belicht. Wij horen u denken: Engeland? Wat hadden de Engelsen ermee te maken? Wat gebeurde er ook weer precies en hoe dramatisch was het nou helemaal? ‘Er hebben zich in de Nederlandse geschiedenis grotere rampen voorgedaan,’ relativeert Maarten Prak onmiddellijk. De hoogleraar van de universiteit van Utrecht geeft lezingen in het kader van de Rampjaarherdenking en is (net als Panhuysen, en vele collega’s) te zien in de NTR-serie. ‘Denk aan de Tweede Wereldoorlog of de Watersnoodramp. Een van de dingen die je kan zeggen over 1672 is dat het niet een jaar van enorme sterfte is geweest.’ Toch noemt Prak de term Rampjaar op zijn plaats. ‘Het voortbestaan van een onafhankelijk Nederland hing aan een zijden draadje.’

De wraak van de Zonnekoning
Kort gezegd: in 1672 werd de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden – de voorloper van onze huidige staat – aangevallen door vier buitenlandse mogendheden, namelijk Frankrijk, Engeland, Münster en Keulen. De lange uitleg houdt in dat dit grotendeels het werk was van één man: Lodewijk XIV, koning van Frankrijk. De Zonnekoning wilde zijn territorium uitbreiden tot aan de Rijn. Vijf jaar eerder was hij de Zuidelijke Nederlanden binnengevallen, grofweg het huidige België. De Republiek zag Frankrijk graag als vriend, maar niet als buur. Ze had daarop een verbond gesloten met Engeland en Zweden en dreigde naar de wapenen te grijpen als Lodewijk zich niet terugtrok. Knarsetandend had de Franse koning toegegeven. Sindsdien zon hij op wraak. Hij zou het de Nederlanders betaald zetten. Zijn eerste stap ging naar de Engelse koning Karel II.

De Engelsen wilden Vlissingen en Cadzand
‘Engeland had een haat-liefdeverhouding met de Republiek,’ legt Prak uit. ‘De Hollanders waren de vrachtvervoerders van Europa en hadden daar veel succes mee. Dat wilden de Engelsen ook wel. En op de wereldzeeën heerste een enorme concurrentie tussen Nederlandse en Engelse kooplieden.’ Om een stuk van de koek af te snoepen, stelde Engeland onder andere importbeperkingen in en voerde handelsoorlogen tegen de Republiek (dit is de periode waarin Nieuw Amsterdam New York werd en het Engelse Suriname Nederlands). Er waren ook overeenkomsten. De Engelsen hingen het protestantse geloof aan, net als de Nederlanders. Bovendien was de zus van Karel II de moeder van Willem III, prins van Oranje. Toch ging het mis. Prak: ‘Dat had te maken met religieuze opvattingen. Aan het hof in Londen won het katholicisme aan invloed, vooral bij de koning. Karel II wendde zich af van de Republiek en stapte over naar Frankrijk.’ Lodewijk XIV was overtuigd katholiek. De twee monarchen sloten in 1670 een geheim verdrag, waarin stond dat Frankrijk de Republiek over land zou aanvallen en Engeland op zee bijstand zou leveren. Frankrijk kreeg Brabant, Engeland Vlissingen en Cadzand en de rest mocht naar de prins van Oranje. Na Engeland was Zweden aan de beurt. Lodewijk kocht de Zweedse koning om en wist tenslotte de bisschoppen van Keulen en Münster bij zijn oorlogsplannen te betrekken. Via hun gebied kon zijn leger namelijk de grens met de Republiek bereiken zonder door de Zuidelijke Nederlanden of de Duitse gebieden te banjeren – dat had hij de Duitse keizer beloofd. Toen 1672 aanbrak, was de Zonnekoning er klaar voor.

Oorlog, zo passé
De Republiek niet. Daar was oorlog iets van vroeger geworden. Het land dat was ontstaan uit de Tachtigjarige Oorlog (1568–1648, zie hier de eerste delen van mijn jaarverslagen) had zich sinds de vrede met de Spanjaarden ontwikkeld tot een van de welvarendste gebieden van Europa en zelfs tot een wereldmacht. Geld ging naar de vloot, ten behoeve van de handel op zee. Het gezamenlijke landleger was sterk ingekrompen. Dit was geheel naar de zin van Holland, het rijkste en machtigste gewest, waar de koopliedenmetropool Amsterdam lag. De Hollandse raadpensionaris Johan de Witt gold als de belangrijkste bestuurder van de Republiek. Zijn politieke tegenspeler was de al eerder genoemde prins Willem III (1650–1702). Willem pleitte voor een sterk leger, met hemzelf aan het hoofd ­– die functie kwam hem toe als nazaat van Willem van Oranje, de Vader des Vaderlands, zo vonden hij en vele anderen. De Witt had de prins zo lang mogelijk weg proberen te houden van de macht, nadat Willems vader in 1650 een staatsgreep had gepleegd. De Franse oorlogsdreiging werd echter steeds voelbaarder en in februari 1672 werd Willem III alsnog benoemd tot kapitein-generaal. Haastig begon hij aan de wederopbouw van leger en verdedigingswerken. Te laat.

Portret van Willem III (1650-1702), prins van Oranje. Door Willem Wissing, 1680–1710 (Rijksmuseum)

De aanval
Het was op 27 maart dat Engeland, enkele dagen nadat het zonder waarschuwing een Nederlandse koopvaardijvloot had aangevallen bij het eiland Wight, de Republiek de oorlog verklaarde. Frankrijk volgde op 6 april. Onder leiding van Lodewijk XIV zette het sterkste en grootste leger van Europa, van het met twintig miljoen zielen grootste land, zich in beweging. Met zo’n 118.000 voetsoldaten en 12.500 ruiters was het viermaal zo groot als het leger van de Republiek. De Fransen lieten Maastricht links liggen en sloegen toe in het oosten, waar ze begin juni de Rijn overstaken bij Tolhuis in Gelderland – dit was het nieuws dat de kasteelvrouwe van Amerongen op de vlucht deed slaan. De Republiek werd overrompeld. Terwijl de bisschoppen van Münster en Keulen naar het noorden trokken, koerste Lodewijk westwaarts. Binnen enkele weken vielen Gelderland, Overijssel, Utrecht en Drenthe. Lodewijk XIV nam zijn intrek in slot Zeist. Na de inname van Deventer en Zwolle werd ook de stad Groningen belegerd. Aan het einde van de zomer was de Republiek grotendeels in buitenlandse handen. Het bestuur trok zich terug in het westen, achter de ondergelopen polders van de Hollandse Waterlinie.

De lynchpartij
De invasie leidde tot volksopstanden. In Holland en Zeeland, beide nog niet bezet, keerden woedende burgers zich tegen hun bestuurders en riepen om Willem III. De Witt trad af, onder grote druk. Het kookpunt werd bereikt op 20 augustus. In Den Haag sleurde een Oranjegezinde menigte De Witt en zijn broer Cornelis, die verdacht werd van het beramen van een moordaanslag op de prins, uit de Gevangenpoort en scheurden hen letterlijk uiteen. Naakt werden ze opgehangen, hun tongen en vingers afgesneden en verkocht. Sommige burgers kauwden op hun ingewanden. Het zou de laatste politieke moord van Nederland zijn tot aan de aanslag op Pim Fortuyn in 2002.

De ommekeer
Hoewel tijdgenoten het beslist niet zo voelden, keerde na die gitzwarte zomer het tij. De Fransen kwamen niet verder dan de Waterlinie. Münster en Keulen gaven eind augustus het beleg van Groningen op. In het volgende jaar – de gebeurtenissen beperkten zich namelijk niet tot het Rampjaar 1672 – schoten de Duitse keizer en Spanje te hulp en behaalde Willem III belangrijke militaire successen. En wat te denken van de oorlog op zee? Tot drie keer toe versloeg admiraal Michiel de Ruyter met een kleinere vloot een Engelse invasiemacht. Karel II ondertekende in februari 1674 een vredesverdrag, een paar maanden later gevolgd door de bisschoppen van Münster en Keulen. Nu was alleen Frankrijk nog over. Lodewijk XIV, inmiddels verdreven naar de Zuidelijke Nederlanden, stribbelde nog even tegen. Met de Vrede van Nijmegen van 1678 was het Rampjaar dan definitief voorbij.

Veranderingen
Betekende het Rampjaar 1672 het einde van de Gouden Eeuw? ‘Zeker niet,’ zegt Prak. ‘Er volgden nog heel veel goede jaren.’ Geschiedkundig onderzoek heeft met name op economisch gebied nieuwe inzichten opgeleverd. ‘In de tijd dat ik studeerde, was het idee: die ballon van de Gouden Eeuw liep na het Rampjaar betrekkelijk snel leeg. Dat blijkt dus niet zo te zijn.’ De financiële dienstensector groeide, net als – een wrang feit – de op slavernij gebaseerde plantage-economie in Suriname. Nog een halve eeuw floreerde de stad Amsterdam. Toch bleek er iets wezenlijks veranderd. De spectaculaire groei van eerdere jaren was voorbij. Boekverkopen gingen minder hard en de textielindustrie kreeg te maken met regelrechte achteruitgang. Het aantal schilders daalde sterk, omdat hun moderne kunst uit de mode raakte. De Republiek kwam in heftige geldproblemen terecht. Dat zorgde voor ruzie tussen de gewesten: Holland vond dat de rest maar eens de geldbuidel moest trekken, terwijl het zelf te horen kreeg dat het naliet hervormingen door te voeren. ‘Op de lange termijn heeft 1672 een soort verlamming in de Nederlandse politiek voortgebracht die pas onder koning Willem I (vanaf 1815, red.) losgetrokken kon worden,’ zegt Prak.

Bankroet
De zorgen om de openbare financiën waren een direct gevolg van het Rampjaar, vervolgt de hoogleraar. ‘Een van de fundamentele veranderingen die het Rampjaar 1672 teweegbracht, is dat de Republiek zichzelf existentieel bedreigd zag door een nieuwe tegenstander: Lodewijk XIV.’ Een gevaarlijker vijand dan Spanje ooit was, want Parijs lag veel dichterbij. Om een nieuwe bezetting te voorkomen, deed Willem III enorme investeringen in leger en vloot. ‘Daarvoor moesten de belastingen omhoog en nieuwe leningen afgesloten. De schuldenlast nam geweldig toe.’ Totdat in 1715 het ondenkbare gebeurde: de Republiek kon de rente niet meer betalen. Bankroet. Een enorme schok, aldus Prak. ‘De Republiek stond bekend als een zeer kredietwaardige staat. Zo zag zij zichzelf ook.’ Er moest bezuinigd worden. Op pijnlijke wijze werd duidelijk dat de Republiek niet langer een hoofdrol kon spelen op het internationale toneel zoals zij dat in de zeventiende eeuw decennialang gedaan had. Met name de Engelsen sprongen in het gat. ‘Engeland groeide in de achttiende eeuw uit tot een grotere mogendheid, zowel op zee als economisch gezien. Je kunt zeggen dat het in de internationale verhoudingen de plaats van de Republiek heeft ingenomen.’

Dit artikel verscheen eerder in de VARAgids.

Een reactie achterlaten

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.