De vertalers: ‘Dostojevski is mijn core business’

Fjodor Michajlovitsj Dostojevski (1821–1881)

Fjodor Dostojevski draagt een nieuwe jas, genaaid door Arthur Langeveld. Ook in diens moderne vertaling is Dostojevski’s taal kleurrijk, en zijn werk verre van slordig. ‘Hij gaf zijn personages heel bewust eigenaardigheden mee in het taalgebruik en vergiste zich daar nooit in.’

Zestig jaar oud is het Nederlands van de Russische Bibliotheek, maar daar ligt niet de reden voor de nieuwe vertaling, zegt slavist Langeveld. ‘Het is de manier van werken. Destijds bestond het internet nog niet, woordenboeken had je nauwelijks, en er liepen in Nederland maar een paar Russen rond aan wie de vertalers iets konden vragen. Bovendien werden ze schandalig slecht betaald en moest alles heel snel af.’ Tegenwoordig is het beter geregeld. Voor een herzien eerste deel van het verzameld werk van Fjodor Dostojevski (1821–1881) riep uitgeverij Van Oorschot de hulp van Langeveld in, naast Madeleine Mes en Gerard Cruys. Geen verrassing, beaamt de gepensioneerde universitair docent, die in 2006 de Martinus Nijhoffprijs kreeg voor zijn oeuvre als vertaler. ‘Dostojevski is mijn core business.’

Arme mensen en negen andere romans en novellen, dat vorige week verscheen, is een bundeling van de jonge Dostojevski, ver voor diens dikke pillen Misdaad en straf en De broers Karamazov. Moeilijke teksten, vindt Langeveld. ‘Wat taal betreft is hij van alle schrijvers het ingewikkeldst. Er is een Algemeen Beschaafd Russisch, een kunstmatige taal, die ver van de spreektaal afstaat. Die is aan het eind van de achttiende eeuw gevormd door de Russische elite, die met het Frans was opgevoed. Ze kent dan ook een Franse woordvolgorde: onderwerp, gezegde, lijdend voorwerp. Maar het Russisch heeft dat niet nodig.’ De taal wordt gekenmerkt door een vrije woordvolgorde, omdat het gebruik van naamvallen geen twijfel laat over bijvoorbeeld onderwerp of lijdend voorwerp in een zin. Zo spreken de Russen, en zo schreef ook Dostojevski. ‘Veel van zijn personages hebben een kenmerkend taalgebruik, vooral in de latere boeken. Het vergt opperste concentratie van een vertaler om dat door te geven. Ontbreekt die, dan wordt alles omgezet in één soort Nederlands. Dat is precies wat er is gebeurd in die oude vertalingen.’

De dubbelganger
Een van de werken die Langeveld opnieuw vertaalde, is De dubbelganger. Het is een psychologische roman over de ambtenaar Jakov Goljadkin, die in conflict komt met zijn evenbeeld. Als The Double werd het in 2013 verfilmd. De dubbelganger, die overigens ook Jakov Goljadkin heet, is gisser en assertiever. Hij boekt successen op kantoor en begint als het ware een oorlog tegen de hoofdpersoon.
In het onderstaande fragment, door Langeveld uitgekozen om hier te bespreken, is de strijd tussen de twee vergevorderd. ‘Goljadkin heeft ergens een pasteitje gegeten voor tien kopeken. Als hij wil afrekenen, wordt hem echter een roebel en twintig kopeken in rekening gebracht. In zilver – dat is heel veel geld. Hij protesteert. “U heeft elf pasteitjes gehad, niet één,” wordt hem gezegd. Dan ziet hij zijn dubbelganger weglopen. Hij betaalt, maar gaat direct naar huis en schrijft de dubbelganger opgewonden een brief. Als ambtenaar drukt hij zich daarbij uit in zeer ambtelijke taal.’

Милостивый государь мой, Яков Петрович!

Никак бы не взял я пера, если бы обстоятельства мои и вы сами, милостивый государь мой, меня к тому не принудили. Верьте, что необходимость одна понудила меня вступить в вами в подобное объяснение, и потому прежде всего прошу считать эту меру мою не как умышленным намерением к вашему, милостивый государь мой, оскорблению, но как необходимым следствием связующих нас теперь обстоятельств».

Mijn beste Jakov Petrovitsj!

Nooit zou ik de pen ter hand hebben genomen, indien mijn omstandigheden en u zelf, weledele heer, mij daar niet toe hadden genoopt. Weet, dat uitsluitend noodzaak mij noopte met u in een dergelijke explanatie te treden en derhalve verzoek ik u allereerst deze stap van mij niet op te nemen als een vooropgezette bedoeling om u, mijn beste, te grieven, maar als een onontkoombaar gevolg van de ons heden verbindende omstandigheden.’

Explanatie
De keuze voor archaïsch aandoende woorden als ‘genoopt’ en ‘explanatie’ is een bewuste geweest, vertelt Langeveld. ‘Het moet verwrongen overkomen. Dostojevski gebruikt hier een rare stijl, met een afwisseling van moeilijke en gewone woorden, en die heb ik geprobeerd te imiteren. Ik heb de passage eerst naar het Nederlands vertaald, en daarna gekeken wat ik kon veranderen. Объяснение (objasnenië) is een goed voorbeeld. Dat is in het Russisch een heel gewoon woord, maar ik heb bewust ‘explanatie’ gebruikt.’

Zich expres bedienen van moderne termen wil Langeveld niet. ‘Daar houd ik niet van. Een enkele keer heb ik “doei” opgeschreven, maar dat moet je niet te vaak doen. De dubbelganger is tenslotte een verhaal uit 1846.’ Collega Hans Boland, die dit jaar Anna Karenina van Leo Tolstoj vertaalde en daar veel lof voor kreeg toegezwaaid, bewerkte eerder Dostojevski’s Boze geesten tot Duivels. ‘Daarin laat hij een personage “so what” zeggen. Dat vind ik vreemd. Niets veroudert zo snel als modieus taalgebruik, en ik vind dat vertalingen een halve eeuw moeten meekunnen. Ik probeer een tekst een zekere tijdloosheid mee te geven. Het zijn dure producties.’

Heer en bediende
Terug naar het verhaal. Nadat Goljadkin de brief heeft voltooid, geeft hij zijn bediende Petroejska de opdracht om hem af te leveren bij de dubbelganger. Het gesprek dat zich daarbij tussen de twee ontspint, contrasteert enorm met de formele schrijftaal van een paar alinea’s eerder. Het komt door juist die verschillen, zegt Langeveld, dat Dostojevski nogal eens het verwijt kreeg een slordig auteur te zijn. ‘In die jaren deed je dat niet, spreektaal opschrijven. Dostojevski wel. Hij gaf zijn personages heel bewust eigenaardigheden mee in het taalgebruik en vergiste zich daar nooit in. Kortom, hij was juist níet slordig.’ Ter illustratie een fragment van de dialoog, waarin Goljadkin begint:

— Если там… вот куда ты письмо отнесешь, — тот господин, кому письмо это дашь, Голядкин-то… Чего смеешься, болван?

Да чего не смеяться-то?Что мне! Я ничего-с. Нечего нашему брату смеяться…

Ну, так вот… если тот господин будет спрашивать, дескать, как же твой барин, как же он там; что, дескать, он, того… ну, там, что-нибудь будет выспрашивать, — так ты молчи и отвечай, дескать, барин мой ничего, а просят дескать, ответа от вас своеручного. Понимаешь?

Понимаю-с.

‘Als daar… waar je die brief naartoe brengt – die meneer, aan wie je die brief afgeeft, die Goljadkin… Wat sta je daar te lachen, idioot?’

‘Maar ik lach helemaal niet! Waarom zou ik! Ik doe helemaal niks, meneer. Er valt niks te lachen voor ons soort mensen…’

‘Nou, goed dan… als die meneer vraagt, zeg maar, hoe is het met je heer, hoe gaat het daar met hem; wat doet hij daar, zeg maar, nou ja… zoiets zal hij je wel vragen, dan moet je zwijgen en antwoorden, zeg maar, mijn heer maakt het goed en laat vragen, zeg maar, om een eigenhandig geschreven antwoord. Snap je?’

‘Ja, meneer.’

Russische stopwoordjes
Opvallend is dat Goljadkins zinnen barsten van de stopwoordjes: ну (noe), так вот (tak vot), en véél дескать (deskat). Langeveld: ‘Дескать betekent letterlijk zoveel als “zeg maar”, en dat is ook in het Nederlands een stopwoord van deze tijd. Sommige mensen zeggen net zo vaak “zeg maar” als Goljadkin hier. Normaal laat een schrijver zoiets weg, maar Dostojevski wil aangeven dat Goljadkin in verwarring is en zich niet meer helder kan uitdrukken.’

Hoe zit het met die merkwaardige toegevoegde s in het laatste antwoord van Petroesjka: Понимаю-с (letterlijk: ‘Ik begrijp-s’)? Ook een vorm van spreektaal? Nee, legt Langeveld uit, dat is een beleefdheidsvorm. ‘Het staat voor een woord dat ‘meneer’ betekent. Vergelijk het maar met het Japanse san achter een naam. Nu wordt het niet meer gebruikt, maar in de tijd van Dostojevski wel. Rusland was een land met slaven, wat enorme standsverschillen met zich meebracht. Die zag je terug in gesprekken tussen ondergeschikten en hogergeplaatsten.’

Andere plekken die het hoge spreektaalgehalte van de dialoog verraden, zijn de zinnen die bestaan uit een aantal op het eerste gezicht weinig samenhangende woorden. Neem Petroesjka’s Да чего не смеяться-то? Letterlijk: ‘Ja waarom niet lachen-dat?’, maar Langeveld vertaalt het als: ‘Maar ik lach helemaal niet!’ En wat te denken van: Что мне! – ‘Wat mij?’, vertaald als ‘Waarom zou ik!’ Valt dit soort zinnen nog te ontleden, of is het een kwestie van raden en niet teveel nadenken? ‘Het is volstrekt onmogelijk om dit letterlijk te vertalen,’ antwoordt Langeveld. ‘Dostojevski heeft hier het patent op: hele zinnen met volledig onbeduidende woordjes waar je maar een betekenis uit moet destilleren. Dat is ontzettend moeilijk. Ik heb het maar eenvoudig gehouden.’

Een reactie achterlaten

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.