Het Nederlands van de Gouden Eeuw: schrijvers deden moeilijk, kranten juist niet

Gerbrand Adriaensz. Bredero (1585–1618), toneelschrijver en dichter met een ‘kunsttaal’. Door Hessel Gerritsz, naar Willem Pietersz. Buytewech, 1678. (Rijksmuseum)

Het Nederlands werd gevormd in de welvarende, multiculturele Republiek van de Gouden Eeuw. Schrijvers en dichters wilden een unieke taal hanteren, kranten juist niet, maar beide partijen hielden van zéér ingewikkelde zinnen.

Dat blijkt uit Een mooie mengelmoes, een nieuwjaarspublicatie van het Meertens Instituut. De auteurs zijn twee hoogleraren van de Radboud Universiteit Nijmegen: Nicoline van der Sijs en Marc van Oostendorp. We belden Van Oostendorp over het onderzoek en het Nederlands van de Gouden Eeuw.

Het Nederlands is ontstaan uit de dialecten van Holland, Brabant en Vlaanderen, zo krijgen we op school geleerd. Klopt dat nog steeds, of heeft jullie onderzoek iets anders uitgewezen?
Dat is een onderwerp waar Nicoline zich in het verleden veel mee heeft beziggehouden. Zij is het er niet helemaal mee eens, want ook de dialecten uit het oosten hebben een rol gespeeld. Maar ons boek gaat meer over de omgeving waarin het Standaardnederlands is ontstaan: te midden van andere talen. In de Gouden Eeuw was Holland het rijkste deel van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden en de stad Amsterdam een magneet van economisch, politiek en cultureel kapitaal. Dat trok mensen van heinde en verre aan. Zo kwamen Italiaanse bankiers hier het bankwezen opzetten. Ook werd Amsterdam het centrum van de Europese boekdrukkunst. De krant werd geboren, het eerste massamedium, en de Nederlanden groeiden uit tot een van de grootste spelers. Drukkers produceerden kranten voor heel Europa, in verschillende talen.

Jullie hebben bijzonder onderzoek verricht naar die kranten. Klopt het dat ruim 200 vrijwilligers zo’n 17 miljoen woorden, grotendeels in Gotisch schrift, hebben overgetypt?
Ja. Soms ging het om corrigeren, maar vaak om handmatig overtikken. Daardoor kregen wij de beschikking over uniek onderzoeksmateriaal. Binnenkort kan iedereen trouwens meelezen, want de kranten komen snel online te staan.

Welke ontdekkingen hebben jullie gedaan over het Nederlands?
In die kranten kun je bijvoorbeeld zien hoe het Standaardnederlands zich ontwikkelde tot een aparte taal, duidelijk anders dan het Duits, waaraan het verwant is. Het bijzondere is dat dit destijds niet zo werd gevoeld. Er stonden bijvoorbeeld advertenties voor talencursussen in de kranten: voor Latijn, Engels en Frans, maar niet voor Duits. Een andere aanwijzing kwam ik tegen tijdens mijn onderzoek naar de taal van de elite en de literatuur in de Gouden Eeuw. Een van de schrijvers en dichters die ik behandel, is Constantijn Huygens, de vader van de beroemde natuurkundige met dezelfde naam. Huygens sprak veel talen, was diplomaat en reisde heel Europa door. Hij had de eigenaardigheid om in zijn dagboek op te schrijven in welke taal hij met mensen sprak. Als hij tussen hier en Basel reisde, vermeldde hij nooit iets. Vermoedelijk voelden Nederlands en Duits als hetzelfde. Ik denk dat iedereen uit die gebieden zijn eigen taal sprak, en de ander prima kon verstaan.

Welk beeld bestond er bij ons van de Duitsers?
In de Gouden Eeuw kwam een genre op dat tot in de achttiende eeuw populair was. Literair heeft het niet veel opgeleverd, maar in het theater wel: de moffenklucht. Daarin werden moffen – Duitsers dus, en dan vooral Noord-Duitsers – belachelijk gemaakt. Zij waren veelal seizoenarbeiders, arm volk, ze meldden zich vaak aan bij de VOC. Stereotype boeren, geen verfijnde rijkelui, zoals de Italiaanse bankiers. Overigens blijkt uit de moffenkluchten dat de bevolking van de Oost-Nederlandse gewesten, Overijssel en Drenthe bijvoorbeeld, soms al als Duitsers werden beschouwd.

Jullie zijn op een groot verschil gestuit tussen de taal van de kranten en die van de literaire wereld. Leg eens uit.
Er bestaan zowel overeenkomsten als verschillen. De zinsbouw was vaak gelijk. Zinnen waren, vanuit hedendaags oogpunt, ontzettend lang en soms verschrikkelijk ingewikkeld. Ook in de kranten, die zich richtten op het grote publiek. Het verschil ligt op het vlak van de woordenschat. Schrijvers uit die tijd deden enorm hun best om zoveel mogelijk Nederlandse woorden te gebruiken. Bestonden ze niet, dan werden ze verzonnen. Heel grappig en onverwacht, vind ik. Kranten deden dat totaal niet. Op hun pagina’s volgde het ene Franse woord op het Spaanse: escaperen voor ‘ontsnappen’, en ga zo maar door. Kennelijk behoorden die buitenlandse woorden tot het algemene taalgebruik. In onze tijd maken mensen zich soms zorgen over de toestroom van Engelse leenwoorden, maar er zijn dus redenen om aan te nemen dat in de Gouden Eeuw het aantal leenwoorden in het Nederlands net zo groot was als nu. Nicoline heeft ooit berekend dat het Nederlands nog steeds veel meer woorden uit het Frans heeft overgenomen dan uit het Engels.

Waarom wilden die schrijvers zo graag een zo puur mogelijk Nederlands gebruiken?
Ze wilden een taal bezigen die zoveel mogelijk anders was dan andere talen. Je hoort de vraag weleens waarom Shakespeare nog steeds gelezen wordt en zijn Nederlandse tijdgenoot Bredero niet. Misschien was Shakespeare gewoon beter, maar een andere reden kan zijn dat Shakespeare elk woord gebruikte dat hem voor de voeten kwam. Of het uit een andere taal afkomstig was, interesseerde hem totaal niet. In de Nederlanden daarentegen gebruikten schrijvers een soort kunsttaal. Dus omdat zij zo Nederlands mogelijk wilden zijn, kunnen we hun werken tegenwoordig minder makkelijk begrijpen. Trouwens, met die puurheid is iets geks aan de hand. Schrijvers letten alleen op hun vocabulaire, niet op de zinsbouw. Terwijl hun woorden zo Nederlands mogelijk moesten zijn, construeerden ze geweldig ingewikkelde zinnen – net zoals in het Latijn gebruikelijk was. Op het prestige van die vreemde taal wilden ze blijkbaar toch graag meeliften.

Wat viel jullie verder nog op aan de kranten uit de Gouden Eeuw?
Het waren drukwerken die in het Nederlands werden geschreven en vertaald naar bijvoorbeeld Frans, Engels of Italiaans. De vraag luidde: waren ze bestemd voor de markten in die landen, of voor bevolkingsgroepen die in Nederland woonden? Dat kun je zien aan iets heel raars: als het nieuws uit bijvoorbeeld Frankrijk ontbrak, dan was het een krant voor Frankrijk. Immers, veel overheden hadden de verspreiding van nieuws over hun eigen land verboden. Dat moest geheim blijven, omdat het misschien onrust kon veroorzaken, of mensen ongelukkig zou maken. Dus kreeg je een Franstalige krant met nieuws uit het buitenland, maar niet uit Frankrijk. Heel curieus – tegenwoordig is het precies andersom. Er schiet me nog een grappige anekdote te binnen. Het nieuws was in die kranten per land gerangschikt: nieuws uit Oostenrijk, nieuws uit Spanje, enzovoorts. Als er geen nieuws was, werd dat ook letterlijk zo opgeschreven. Een Engelstalige krant die we tegenkwamen begon toevallig met nieuws uit Italië, maar er viel die keer niets te melden. De drukker heeft die regel waarschijnlijk aangezien voor de titel van de krant en heeft hem groot op de voorpagina geplaatst. Daardoor is er een Engelse krant verschenen die heet: Nothing new from Italy.

Een reactie achterlaten

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *