De vertalers: In Fermín openbaart zich het gevoel voor humor van Carlos Ruiz Zafón

Jongetje staat voor etalage boekwinkel
Omslagafbeelding van Het labyrint der geesten, de nieuwe roman van Carlos Ruiz Zafón.

Met De schaduw van de wind, de wereldwijde bestseller, begon Carlos Ruiz Zafón een cyclus die hij deze week met het vierde en laatste deel beëindigt. Voor Het labyrint der geesten zette vertaalster Nelleke Geel haar wekker extra vroeg, want eigenlijk is zij uitgever van beroep. ‘Muziekje erbij, koffie. En daarna duik ik de hectiek in.’

Nee, een paar maanden vrij nemen om de nieuwe Zafón te vertalen, dat zit er niet in. Nelleke Geel (1966) moet lachen om de suggestie. Als uitgever van vertaalde fictie bij Atlas Contact heeft ze het daar te druk voor. (Daar heeft de onrust rondom de uitgeverij overigens niets mee van doen: ja, Mizzi van der Pluijm is weg, maar Atlas Contact blijft onderdeel van moederconcern VBK, ‘met volledige autonomie, en er staat nog steeds “uitgever” op mijn kaartje.’) Als tegenwicht voor de hectische uitgeverswereld gebruikt Geel het vertaalwerk: dat trage, bijna slome bestuderen van een enkele alinea, heerlijk. Als ze daarvoor vroeger op moet staan – soit. ‘Om half zes gaat de wekker. Dan zit ik thuis twee uur te werken, muziekje erbij, koffie, en daarna duik ik de hectiek in van het constant communiceren dat uitgeven vaak is.’ Het plezier zit hem in de afwisseling. ‘Ik ken een vertaler die zegt: ik heb een hond genomen, dan kom ik tenminste de deur nog uit.’

Bestseller
Geel, die Spaans en Culturele Studies studeerde aan de Universiteit van Amsterdam, kocht in 2002 in Barcelona een boek op zijn omslag: een jongetje en een man in een mistige laan. Ze werkte als redacteur bij uitgeverij Sirene en ontdekte bij thuiskomst dat het manuscript al de ronde deed, maar dat niemand in Nederland sjoege gaf. Nadat ze de roman uit had, stapte ze naar uitgeverij Signatuur (die toen nog Signature heette) en adviseerde om de rechten te kopen, op voorwaarde dat zij het boek mocht vertalen. En zo geschiedde. De schaduw van de wind van de nog onbekende Spaanse schrijver Carlos Ruiz Zafón verscheen in 2004 en werd een hit. Inmiddels zijn er in Nederland 700.000 exemplaren van verkocht en naar schatting 15 miljoen wereldwijd. Ook het vierde en laatste deel, Het labyrint der geesten (Spaans: El laberinto de los espíritus), is deze week bij Signatuur verschenen.

Vader in nood
Net als de eerdere drie delen uit de zogeheten ‘Kerkhof der Vergeten Boeken’-cyclus speelt Het labyrint der geesten zich af in Barcelona, grotendeels aan het eind van de jaren vijftig ditmaal. Centraal staat de verdwijning van een minister uit de regering van dictator Franco, die voert naar boekhandel Sempere & Zoon. Boekhandelaar en hoofdpersoon uit de romancyclus Daniel Sempere is pas getrouwd met zijn grote liefde Beatriz Aguilar en staat op het punt vader te worden van een zoon, Julián.

In het fragment dat vertaalster Geel wil bespreken, treffen we Sempere op het balkon van het ziekenhuis, niet ver van het bed waar de bevalling zojuist heeft plaatsgevonden. Hij verkeert in blinde paniek. Zijn goede vriend Fermín Romero de Torres houdt hem een kalmerend drankje voor.

‘Wat is dit? Het ruikt naar dynamiet…’
‘Onzin. Het is enkel een cocktail uitgedokterd om doden in het leven terug te roepen, evenals laffe melkmuiltjes die de door het lot opgelegde verantwoordelijkheden schuwen. Het is een meesterlijke formule van eigen makelij, vervaardigd op basis van eau de vie en Anís del Mono, geklutst met een goedkope cognac die ik bij de eenogige zigeuner van de drankkiosk haal, het geheel afgemaakt met een paar druppels ratafía en kruidenbitter van Montserrat om er het onmiskenbare bouquet van het Catalaanse aangeslibde land aan mee te geven.’
‘Mijn god!’

Schieten met spek
De reden voor Geels keuze is het personage van Fermín. Kort gezegd: ze is gek op hem. ‘Fermín is een onmogelijk mannetje, een politiek totaal incorrecte macho, hoewel het om een heel klein ventje gaat met een grote neus. Hij heeft een enorm gevoel voor theater. Hij is de overdrijving, en daarmee de comic relief van de cyclus. Door hem wordt duidelijk dat Zafón ook gevoel voor humor heeft, wat hij niet vaak laat merken. Ik vind het leuk om met dit citaat de met spek schietende manier erbij te halen waarop Fermín spreekt: erop en erover, lang, bloemrijk, vol overdrijvingen en archaïsche woorden.’
Dat geldt ook voor diens Spaans, zo blijkt na bestudering:

—¿Qué es esto? Huele a dinamita…
—Tonterías. Es solo un cóctel formulado para resucitar difuntos y muchachillos amilanados ante las responsabilidades del destino. Se trata de una fórmula maestra de mi cosecha elaborada a base de aguardiente y Anís del Mono batidos con un brandy peleón que le compro al gitano tuerto del quiosco de la cazalla, todo ello rematado con unas gotas de ratafía y aromas de Montserrat para darle ese bouquet inconfundible de la huerta catalana.
—Madre de Dios.

Zo gebruikt Fermín het woord difuntos voor doden, dat teruggrijpt op het Latijnse defunctus, ‘disfunctionerend’. Geel: ‘Dit is de formele term voor iemand die overleden is, die vind je ook op formulieren. Een muerto is gewoon een dode, da’s te generiek voor Fermín.’ Een formule van eigen makelij noemt hij de mi cosecha, letterlijk: ‘van mijn oogst’.

Catalonië
Wie Fermíns ingrediëntenlijst bestudeert, merkt op dat er buiten eau de vie en cognac drie minder bekende drankjes tussen zitten: Anís del Mono, ratafía en kruidenbitter van Montserrat. Enig speurwerk leert dat het om typisch Catalaanse producten gaat. Noemt – de in Barcelona geboren – Zafón ze louter om inhoudelijke redenen, of heeft hij misschien een standpunt willen innemen in het steeds hoger oplopende conflict rondom de onafhankelijkheid van Catalonië? Geel antwoordt stellig: ‘Absoluut niet dat laatste. Dat is niet zijn afdeling. Hij schrijft zijn boeken ook in het Spaans.’
De vertaalster legt het belang van de drankjes elders: ‘Ze maken Fermíns brouwsel misschien Catalaanser, maar vooral heel vies. Montserrat is een groen-gelig goedje, niet te hachelen verder. Anís del Mono was relatief goedkoop. Dit zijn allemaal drankjes die… laten we ze efficiënt noemen: je had hiermee veel alcohol voor weinig geld. Goedkope shit. Spanje was in de jaren vijftig geenszins rijk.’ De gebruikte eau de vie zal ook niet van de hoogste kwaliteit zijn geweest, verwacht ze, en dat de brandy of cognac met peleón wordt aangeduid, dat onder meer ‘vechtjas’ betekent, zegt genoeg.

Hortus
Aan het slot van Fermíns kleine monoloog laat Geel hem spreken van ‘het Catalaanse aangeslibde land’. Zafóns origineel maakt echter gewag van la huerta catalana. Huerta, afkomstig van het Latijnse woord voor tuin (hortus), kan volgens de woordenboeken Spaans verwijzen naar een grote moestuin, een boomgaard, een tuinderij of bevloeide grond. Vanwaar dan dat aangeslibde land? ‘Ook ik heb lang gedacht dat het om moestuinen ging,’ antwoordt Geel. ‘Die werden rondom Barcelona vaak aangelegd op braakliggende stukjes land vol rivierslib, bij het vliegveld bijvoorbeeld. Totdat ik overlegde met de Duitse vertaler van Zafón – dat doen we de hele tijd, want Duitsers en Nederlanders spreken toch een gelijksoortige taal. Hij zei: dat slaat nergens op.’ Immers, een moestuin zou veel teveel naar fruit en groente ruiken voor dit bocht. ‘Niet voor niets zegt Daniel dat het ruikt naar dynamiet – smerig dus. Ga je terug in de tijd, voordat de moestuinen er waren, dan kom je uit bij dat aangeslibde land.’ Concluderend, als ware het een ode aan de held van de passage: ‘Het is de poëzie van Fermín.’

Het labyrint der geesten is op 7 september verschenen bij uitgeverij Signatuur.

 

Een reactie achterlaten

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *