
Tomaat. Cacao. Chocolade. Avocado. Het zijn doodnormale Nederlandse woorden, al geeft het laatste weg dat zijn herkomst niet in onze streken ligt. De avocado stamt uit Mexico, waar de lokale bevolking, de beroemde Azteken, het ding ahuocatl noemden. En dat woord is nóg gekker dan je denkt.
Spaanse veroveraars troffen de avocado in de zestiende eeuw aan en vermeldden haar voor het eerst in documenten uit 1519. De Azteekse taal, waarvan hedendaagse varianten door ongeveer anderhalf miljoen mensen nog gesproken worden, heet Nahuatl, met de klemtoon op ‘Na’. Die taal kennen we, onder meer van de landsnaam Guatemala (‘land van bomen’), van de vulkaan en restaurantketen Popocatépetl (‘sterk rokende berg’), en van fopwoorden als Trenchcoatl (uit Kuifje en de Picaro’s) of Carruquichango (in Managuay). En van de eerste vier woorden Verder lezen →

Gespot in het Woordenboek der Nederlandse Taal (WNT), het grootste lexicon ter wereld. Maar wat betekent dit woord?
Afgelopen donderdag plaatste de Volkskrant een artikel van mij op de opiniepagina’s. Aanleiding was het nieuws dat komend academisch jaar zestig procent van de voltijdopleidingen aan de Nederlandse universiteiten volledig Engelstalig zullen zijn. Dat vind ik krankjorum, maar ook – op een trieste manier – begrijpelijk. Vandaag riep het radioprogramma De taalstaat het artikel uit tot Betoog van de week en mocht ik mijn mening nog eens toelichten voor de microfoon van Radio 1.
Gezien in het Woordenboek der Nederlandse Taal (WNT), het grootste lexicon ter wereld. Maar wat betekent het?
Een van mijn favoriete naamvallen – kom, kom, jullie kijken graag naar poezenfilmpjes op YouTube, dus niet zo schamper graag – is de tweede naamval meervoud. In het Russisch, welteverstaan.

